In het zweet des aanschijns

Het zijn niet alleen mijn oksels die klotsen van het zweet, mijn jurkje zit inmiddels ook vastgeplakt aan mijn rug. Langzaam voel ik de eerste druppeltjes op mijn bovenbenen ontstaan. Het zweet hoopt zich op tot het genoeg is om zich kronkelend een weg naar beneden te banen. Langs mijn dijen, golvend door mijn knieholtes, met een boogje over mijn kuiten en dan naar mijn enkels. Het is weer zomer op school.

Speeltuinbanden

Je merkt aan alles dat het warm is. Tijdens de pauzes staat er een meterslange rij zielloos voor zich uit starende pubers voor de koudwatertap. In de lessen hangen de leerlingen lusteloos en oververhit in hun banken. Ze kunnen het amper nog opbrengen een aantekening te maken, gebruiken hun schriften vooral om zichzelf koelte toe te waaien. Ik kan ze geen ongelijk geven: het ís hier ook niet uit te houden.

Vandaag geef ik dus buiten les. Ik heb mijn klas opgedragen aan het begin van ons lesuur niet naar het lokaal te gaan, maar voor school te verzamelen, want we gaan ‘iets anders doen’. Ik probeerde het enthousiast en een tikkeltje geheimzinnig te brengen in de hoop mijn leerlingen nieuwsgierig te maken, maar zij zuchtten alleen maar. ‘Búíten? Met dit weer? Mevrouw, wat doet u ons aan?!’

SpeeltuinNiet gehinderd door enig puberaal pessimisme loop ik met mijn klas naar de speeltuin vlak bij school. ‘De spééltuin?’ vraagt een van de al bijna volwassen dertienjarige meisjes. ‘Dat is toch kinderachtig?’ Nog voor ze haar zin heeft afgemaakt, zetten enkele klasgenoten van het andere geslacht een sprintje in. Leeftijd speelt immers geen rol als je als eerste bij de schommels wilt zijn.

De opdracht die ik voor mijn jongens en meiden in petto heb, begint met het aandachtig eten van een waterijsje. ‘Doe je best,’ waarschuw ik, ‘want je krijgt aan het eind van deze lessenserie een O, V of G!’ Binnen de kortste keren verspreiden ze zich over de speeltuin. ‘Mevrouw!’ roept Evi vanaf het klimrek, ‘mijn ijsje is rechthoekig en smaakt naar peer. Krijg ik nu een voldoende?’

Pannakooi

Na het ijs gaan we associëren en schrijven, vooral ook veel overdrijven. Zittend in de pannakooi dicht een meisje over een ijsparadijs, een ander fantaseert hoe het zou zijn om in de koelkast te zitten, bij de aardbeien en de cola. Finn beschrijft hoe hij ’s nachts zwetend in bed ligt en niet kan slapen, omdat zijn broertje de ventilator heeft ingepikt.

Nora leest me voor hoe ze tijdens het zwemmen glas in haar voet kreeg. Volgens de eerste versie zei ze enkel ‘Au’, maar volgens de tweede sprongen alle ruiten in de omgeving van haar gekrijs en kleurde haar bloed de hele zwemvijver rood. Dát is lekker schrijven. Voor ik me naar de volgende klasgenoot wend, overlaad ik haar met complimenten.

LeonOok in de speeltuin kan ik mijn jurk haast uitwringen van het zweet. Het loopt inmiddels in straaltjes langs mijn armen en benen. Als ik te lang blijf staan, drijf ik op mijn slippers weg. Het is veel te warm om te werken, maar mijn leerlingen schrijven en ik geniet. Kom maar op met die zomer!

Deze column schreef ik voor ZinMag. Voorbeelden van de teksten die leerlingen schreven, bekijk je hier.

De namen van de leerlingen zijn verzonnen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s