Piraat

‘G*dsamme!’ vloekt de verkoper als ik hem het ijsje teruggeef. ‘Ze hebben ook allemaal wat vandaag!’ ‘Het spijt me,’ zeg ik, wijzend op het roze frambozenijs dat zich vermengd heeft met het bolletje vanille. ‘Maar mijn dochter lust écht geen fruit.’

Zuchtend en steunend smijt de man het ijs terug in zijn kar en schept er een nieuw, hagelwit bolletje uit. De gouden ketting om zijn nek glinstert in de najaarszon als hij het over zijn wagen gebogen aanreikt.

Ymke ijs

Ergens snap ik hem wel. Hoe leuk is je leven als je de hele zomer lang ijsjes en frisdrank moet verkopen vanachter zo’n lelijk klein karretje? De busladingen vol toeristen die dag in dag uit naar Marken komen om het échte Nederland te bekijken, die straal langs je wagentje lopen of in krakkemikkig Engels een ijsje bestellen, die ben je toch hartstikke zat aan het eind van het seizoen?

Desalniettemin zou een beetje klantvriendelijkheid, ook op die laatste nazomerdagen, niet misstaan. Sterker: het zou de verkoop wel eens ten goede kunnen komen, want ik ben er nog steeds niet uit of ik ook een ijsje wil.

‘En wat mag het voor jou wezen?’ De man kijkt mijn oudste dochter aan, trekt zijn kin met een kort rukje omhoog. ‘Ik wil ook graag vanille, maar dan in zo’n hoorntje,’ wijst zij. ‘Verdorie,’ barst hij nu uit. ‘Dít zijn de kinderijsjes en díe zijn voor volwassenen. Dat snap je toch! Kijk dan op het plaatje.’

Dochterlief kijkt me geschrokken aan. ‘Als zij graag een hoorntje wil, in plaats van zo’n kinderijsjeskoekje, dan moet dat toch kunnen?’ neem ik het voorzichtig voor haar op. Ik zie zijn ogen woest schitteren achter zijn zonnebril. ‘Vooruit dan maar,’ foetert hij. ‘Dat gezeik ook de hele tijd.’

Wanneer we even later op de plastic tuinstoelen zitten die als terras dienst doen – de meiden met een ijsje, ik zonder – kijk ik nog eens naar de verkoper. Hij zit op net zo’n goedkope stoel. Zijn buik, omspannen door een witte bloes, ligt ruim over de rand van zijn spijkerbroek, zijn wangen hangen net voorbij zijn kaaklijn.

Piraat papegaaiVoor geen goud wil ik met hem ruilen. Ik moet er niet aan denken op zo’n schiereiland te staan en de hele dag bebidas frescas, frisdranken en cold drinks te verkopen aan Duitsers, Chinezen en Japanners. Maar toch, denk ik, als je er dan tóch staat, doe dan ook een beetje je best!

Mijn jongste dochter loopt met haar ijsje een rondje om de wagen. Ze wijst op de knuffelpapegaai die eraan hangt. ‘Mama, is die meneer een piraat?’ ‘Nee,’ lach ik. Al zou dat beroep, afgaande op zijn gouden ketting en taalgebruik, misschien wel beter bij hem passen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s