Groene vingers

Met mijn handen schep ik de potgrond uit de zak, die de meiden gebruiken om hun potjes te vullen. Ze leggen er zaadjes op en dekken die toe met een dun laagje extra aarde. Hun enthousiasme werkt aanstekelijk, prompt stel ik voor ook vast wat zonnebloemen te zaaien, die we later in de tuin kunnen zetten. Zolang vieze handen zulke blije gezichten opleveren, vind ik het leuk.

Eigenlijk heb ik helemaal geen groene vingers. Er stonden altijd wel wat planten in mijn vensterbank, maar het was beslist geen jungle, zoals je bij steeds meer mensen ziet. Ik begreep weinig van de hype van het stekken, ruilen en verpotten. Ook de foto’s op sociale media, van rekjes boordevol groen gevulde glaasjes en potjes deden me weinig. En tóch zit ik nu in een Facebookgroep met de naam Planten- en stekjesruil. Vrijwillig.

Natuurlijk kan ik mezelf goed verdedigen. Mijn lidmaatschap van de groep komt voort uit pure noodzaak, want ik kan niet weggooien. In plaats van de uit zijn kluiten gegroeide dieffenbachia in de groencontainer te gooien, heb ik hem dus in stukjes geknipt. Maanden geleden zette ik de stekjes al in het water, enkele weken daarna deelde ik de eerste plantjes uit. Toen ik echter meer planten dan vrienden bleek te hebben, werd het tijd voor een andere oplossing. De Facebookgroep.

Ik wist wel dat hij bestond, was er ook wel eens voor uitgenodigd, maar die uitnodigingen had ik altijd afgeslagen. Planten en stekjes ruilen – zo truttig ben ik toch niet?

Het duurde even, maar inmiddels weet ik dat truttigheid geen voorwaarde is om lid te worden. Sterker nog: binnen een paar dagen was ik van mijn dieffenbachiaatjes af en was ik de trotse eigenaresse van pannenkoekenplantjes, moeders-van-duizenden, een vlinderstruik en stekjes waarvan ik de naam direct weer vergeten ben. En bovenal: ik was blij!

Langzamerhand begint de vensterbank onbedoeld meer en meer op de jungle te lijken die ik vroeger nooit wilde. Met gieters en plantenspuiten ben ik in de weer om mijn stekjes te laten wortelen en de jonge plantjes te laten groeien. Trots kijk ik naar de jonge blaadjes die zich langzaam uitrollen. En ik hoef niet bang te zijn dat ik ze vergeet, want nu de meisjes ook bloemen gezaaid hebben, vertroetelen we ze met ons drieën. Misschien wordt het toch nog wel wat, met die groene vingers van ons.

4 reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s