Wiebelen

‘Het is lang geleden dat ik je zo heb horen lachen, mam,’ merkt mijn dochter giechelend op. Huh? denk ik. Is het echt zo erg met mij? Lach ik zó weinig? Veel tijd om na te denken heb ik niet. Ik moet mijn evenwicht bewaren, met mijn heupen wiegen en met mijn billen schudden. En zorgen dat ik overeind blijf, natuurlijk.

De buren stonden onlangs op het punt hun oude waveboards naar de kringloopwinkel te brengen, toen ze mijn meisjes zagen. ‘Is dit niet wat voor jullie?’ De meiden hadden geen idee. Ik ook niet, maar proberen kan immers altijd.

Ze zochten op YouTube naar een instructiefilmpje en togen toen met hun boards naar buiten, naar het fijne fietspaadje dat achter ons huis langs loopt. Om de beurt hield ik de meiden bij hun handen vast terwijl zij voorzichtig stepten, opstapten en begonnen te wiebelen. Het ging verre van makkelijk, maar het ging!

Tegen de tijd dat ik last van mijn rug en schouders had, gingen we naar binnen, maar de volgende dag moesten we weer. De dag daarop eveneens. Inmiddels konden ze allebei zonder mij vast te houden vooruit komen. De jongste kon ook zelf opstappen, haar zus had daar nog hulp bij nodig.

Toen we naar de camping gingen, bleven de waveboards thuis. Nu zijn we weer terug en hebben de meiden het paadje snel teruggevonden. Mijn jongste meisje schommelt lachend weg en ook de oudste wiebelt, na een handje bij het opstappen, vrolijk de bocht om.

Ik kan niet achterblijven. Nou ja, feitelijk kan dat best, want de boards zien er niet erg handelbaar uit, maar stiekem ben ik toch nieuwsgierig geworden. Aan de hand van mijn oudste dochter step ik voorzichtig om gang te maken voor ik opstap. Nog voordat ik de kans krijg mijn evenwicht te vinden, schiet ik al van het board en sta ik lachend in het gras. Opnieuw proberen. En nog eens.

Na een aantal mislukte pogingen en nog een blik op de jongste dochter, die alles lijkt te durven, wil ik het ook eens zelf proberen. Ik laat mijn oudste los en zet mijn beide voeten op het board. Het wiebelt. Niet op de goede manier, maar toch. Het is een begin en ik voel al een beetje overwinning. Met een verbeten grijns stap ik opnieuw op.

Terwijl mijn oudste dochter me enthousiast aanmoedigt – ‘Hup mam! Hup mam!’ – komt haar zusje vrolijk langsrijden. Haar hoeven we duidelijk niets meer te leren. Ondertussen blijven wij proberen, om en om, net zo lang tot we het ook kunnen.

4 reacties

Plaats een reactie