Paraplu

Ik ben op weg naar het station als het voorzichtig begint te regenen. Stom, mijn paraplu ligt nog in de kofferbak van mijn auto. Natuurlijk heb ik er niet aan gedacht die mee te nemen. Anderzijds is dat best logisch. Sinds ik geen ov-studentenkaart meer heb en wel een auto voor de deur, reis ik bijna nooit meer met de trein.

Vandaag dus wel. Ik ga uit eten met een vriendin en wil daar graag wat bij drinken. Mijn gedachten dwalen naar de vrienden die onlangs bij mijn lief op zijn verjaardag waren. Zij misten de laatste aansluiting en in plaats van een taxi te nemen, hadden ze midden in de nacht vijftien kilometer naar huis gelopen. Dát gaat mij in ieder geval niet gebeuren.

In eerste instantie moest ik wennen aan het plan met de trein te gaan. De auto biedt immers zo veel voordelen! Bovendien is de trein belachelijk duur geworden, is mijn chipkaart verlopen, weet ik de vertrektijden niet, heb ik geen zin om naar het station te fietsen, … Excuses van niks, dat weet ik zelf ook wel, en dus ben ik nu toch onderweg, terwijl de regen gestaag op me neerdaalt.

Ik kijk uit naar het etentje. Mijn vriendin en ik zien elkaar niet vaak, maar als we ergens samen zijn, kunnen we kletsen alsof we elkaar gisteren nog gesproken hebben. We gaan eerst koffiedrinken, daarna via de kroeg naar de Mexicaan. Het wordt vast een lekkere avond.

De banken in de trein zitten eigenlijk best goed. Het is fijn rustig in de coupé en als ik niet schrijf, kan ik mooi van me af kijken. Het is ook wel luxe dat ik niet op het verkeer hoef te letten en toch kom waar ik wil zijn. Waarom doe ik dit niet vaker?

Als ik de druppels op de ruit van de trein zie, weet ik meteen het antwoord op mijn vraag. Ik moet straks door de regen naar het centrum lopen en aan het eind van de avond, wanneer het water volgens de voorspellingen met bakken uit de lucht komt, weer terug. Neem ik de volgende keer de auto of toch maar een paraplu?

Eén reactie

Plaats een reactie