Wanneer ik de duinen voor me zie, begint het al te kriebelen. Daarachter liggen het strand en de zee, daar kunnen we eindelijk echt uitwaaien! Voor mijn lief uit beklim ik de trap naar de duintop. Eenmaal bovenaan breekt een glimlach door die voorlopig niet zal verdwijnen.
Het is eb, dus moeten we nog een behoorlijk eind lopen om bij het water te komen. Ik trek mijn slippers uit en stap op blote voeten in het zand. De kleine korrels kriebelen zachtjes tussen mijn tenen, de duizenden schelpen prikken onder mijn voetzolen.
Samen wandelen we naar de zee. De wind waait door mijn haren en ik voel de zon op mijn gezicht. Als we bij het water komen, rol ik mijn broekspijpen op en stap voorzichtig in de minigolfjes. Het is fris, maar het voelt fantastisch. Mijn vriend houdt zijn schoenen aan en kijkt van een afstandje toe.
Ik lach en grijns en voel me net een jonge hond. Ik wil door de zee rennen en naar mijn lief toe huppelen en hem knuffelen en terug naar het water en daarna weer naar hem toe om tegen hem aan te kruipen en me vast te laten houden.
Ik wist dat het me goed zou doen om aan zee te zijn, maar dat ik er zo intens gelukkig van zou worden had ik niet verwacht. Mijn lief lacht, hij is blij me te zien stralen. We wandelen een paar kilometer langs het water en komen uit bij een strandtent. Daar nestelen we ons in de kussens en bestellen we wat te eten en te drinken.
Vervolgens lopen we terug richting de strandopgang waar we onze wandeling begonnen. Ik voel me beter dan ik me lange tijd gevoeld heb en hoop dit nog lang vast te houden. De zon, de zee, het strand, mijn lief – ik kan mijn geluk niet op. Alleen de meiden zouden er nog bij moeten zijn, dan was het nóg beter.
Als mijn vriend een stuk aangespoeld hout oppakt, zet hij me weer met beide benen op de grond. ‘Je voelde je toch een jonge hond?’ vraagt hij, terwijl hij het hout lachend voor me uit gooit. Ik grijns en geef hem een speelse tik. En een kus, want ik wil niets liever dan mijn euforische gevoel met hem delen.


