‘Goedemiddag, de schilder hier! Klopt het dat er bij jullie een dakkapel geschilderd moet worden? Schikt het als de jongens morgenochtend beginnen, ergens tussen zeven en half acht?’ Voor ik er erg in heb, heb ik ingestemd. Daar gaat mijn ochtend uitslapen. ‘Ach,’ relativeert de schilder, ‘zo heb je tenminste nog wat aan je dag!’
Ik moet toegeven dat ze best gezellig zijn, die schilderjongens. Ze bouwen een steiger achter huis en gaan druk aan de slag met schuurmachines en kwasten. Ik rommel ondertussen maar wat om, zet koffie en bied koekjes aan. Dan ik krijg zowaar een goed huishoudelijk idee. ‘Die steiger,’ begin ik, ‘mag ik daar straks op om de ramen op de eerste verdieping te wassen?’
Als de mannen aan het eind van de middag weg zijn, klim ik met mijn emmertje sop, een spons en een wisser naar boven. Ik schrik als ik de ramen van dichtbij zie; die zijn er wel heel erg aan toe om gewassen te worden! Maar eerst wil ik hogerop kijken. Nu de kans er is, moet je hem immers grijpen.
Van bovenaf lijkt de tuin groot, maar vooral ver weg. Het is echt hoog. Ik wil net weer een verdieping naar beneden klimmen, als ik het mos, de modder en de blaadjes in de dakgoot zie liggen. Vlug haal ik een schepje. Op mijn knieën schep ik alle rotzooi uit de goot. Met een boogje gooi ik het, hup, over de rand van de steiger. Ideaal.
Daarna ga ik met de ramen aan de slag. Het sop spat vrolijk in het rond, mijn zomerjurkje raakt zowat doorweekt. Het is ongelooflijk hoeveel troep er van de ruiten en de kozijnen komt, de inhoud van mijn emmer kleurt al gauw donkergrijs. Ik ben niet fanatiek in het huishouden, maar ik moet bekennen dat het fijn is eer van je werk te hebben.
Met een voldaan gevoel klim ik de steiger af. Heb ik toch maar even goed werk geleverd! Dan wacht me echter een flinke teleurstelling. Toen ik met mijn emmertje naar boven klom, heb ik de tuindeur open laten staan. Hij is nu bedekt met een uitgekiende laag modder, mos en blaadjes, afgetopt met hier en daar een spatje sop.
Ik zucht diep en vul mijn emmer opnieuw met heet water. Terwijl ik zeep toevoeg, denk ik aan wat de schilder zei: zo heb ik tenminste wat aan mijn dag.
