Wanneer er een naald in mijn arm wordt gestoken en ik aan de machine word gekoppeld, berekent die dat ik nog 96 minuten stil moet blijven zitten. Ruim anderhalf uur. Ik ben daarop voorbereid, maar zijn de meiden dat ook?
Ik had ze vooraf aangekondigd dat het bezoek aan de bloedbank dik twee uur zou duren. Tel daarbovenop de tijd om ernaar toe en weer naar huis te rijden en ze zijn een hele middag van hun vakantie kwijt. Ik vind het mooi dat ze dat voor een onbekende over hebben.
Gisteren werd ik gebeld door een medewerkster van Sanquin. Er was een patiënt die snel bloedplaatjes nodig had en er was een match met mijn bloedtypering. Of ik tijd had om te komen doneren? Ik overlegde kort met de meiden. ‘Als je iemand kunt helpen, moet je dat doen,’ vonden zij, dus reden we vanmiddag naar de bloedbank. Onderweg bleek dat ze nóg een doel hadden: ‘Zouden ze weer net zulke lekkere koeken hebben als de vorige keer?’
Terwijl ik een buisje bloed af liet nemen en de gebruikelijke vragenlijst invulde, nestelden zij zich met hun tablets en Donald Ducks in een hoekje van het donorcafé. Het was druk en het gesprek met de arts duurde iets langer, dus waren we al ruim drie kwartier binnen voor ik echt aangeprikt werd. ‘Dit gaat nog wel een poosje duren,’ kondigde ik de meiden aan. Het gezicht van de oudste betrok even. Jammer genoeg is niet alles precies te plannen.
Eenmaal aan de machine gekoppeld lig ik er goed bij. Mijn linkerarm, waar de naald in zit, ligt op een verwarmd kussentje en medewerksters bieden me meer ranja en roze koeken aan dan ik op kan. De meiden komen ook even bij me, de oudste heeft zowaar een tekening voor me ingekleurd. Samen kijken ze van mij naar de machine en naar de slangetjes waar mijn bloed doorheen loopt.
‘Doet dat geen pijn?’ vraagt de oudste. ‘Nee,’ antwoord ik. Daarna leg ik uit wat ik op het schermpje af kan lezen: ‘Nu wordt er bloed afgenomen, daar worden plasma en bloedplaatjes uitgehaald en straks krijg ik de rest van het bloed weer terug.’ Haar blik verraadt zowel interesse als afkeer. Zo’n machine is natuurlijk ook wel raar.
‘Duurt het nog lang?’ willen de meiden daarna weten. ‘Nog ruim een uur.’ Ik doe een greep in mijn rugzak en haal mijn portemonnee tevoorschijn. ‘Willen jullie anders even naar het winkelcentrum hiertegenover? Bij die ene supermarkt kunnen jullie misschien zegels vragen en er is vast wel ergens wat lekkers te koop.’ Met grote ogen kijken ze naar de biljetten van vijf euro waarvan ik ze elk één geef. ‘Zo veel?’ Even later zie ik door het raam hoe ze samen over het zebrapad lopen.
De machine naast me blijft zoemen terwijl ik een tweede roze koek eet. Eigenlijk wil ik ook nog wel wat drinken, maar ik kan voorlopig niet naar de wc, dus houd ik het bij kleine slokjes. Ik heb een leesboek mee en ook mijn schrijfboekje ligt voor me, maar ik heb geen zin om ze open te slaan. Ik leg een paar woorden in Wordfeud, kijk wat om me heen en maak praatjes met de medewerksters.
Wanneer mijn minuten er bijna op zitten, zie ik een roze en een zwarte jas over de zebra deze kant uit huppelen. Als de meiden binnen zijn, wenk ik ze. ‘We hebben een donut gekocht en vier muffins, dus kun we er straks alle drie nog één eten,’ vertellen ze enthousiast. ‘En we hebben wel negenentwintig zegels gekregen!’ Het overgebleven geld leggen ze voor me op het tafeltje.
Als zij weer in het donorcafé zitten, begint mijn machine te piepen: de beoogde hoeveelheid plaatjes en plasma zijn uit mijn bloed gehaald. Eenmaal afgekoppeld bedank ik de medewerksters voor hun goede zorgen en loop ik naar de meiden toe. Samen drinken we wat. Ik eet een zakje nootjes. ‘Willen jullie nog een koek?’ ‘Maar we hebben er toch al één gehad?’ ‘Dat is twee uur geleden, jullie zijn vast al aan een nieuwe toe.’ Glunderend zetten de meiden even later hun tanden in een roze koek. Een bezoek aan de bloedbank is misschien niet het meest gebruikelijke uitje voor de vakantie, we hebben toch een goede middag met elkaar.
Wil je ook roze koeken eten? Kijk voor meer informatie op de website van Sanquin.

