Het boek was beter

‘Dit boek is echt heel mooi, mevrouw!’ Met twinkelende ogen houdt de leerlinge op de eerste rij ‘#Selfie’ van Caja Cazemier omhoog. Ik denk terug aan de keer dat ik er een fragment uit voorlas, om leerlingen nieuwsgierig en enthousiast te maken. ‘Gatver,’ had één van de jongens gewalgd toen ik las hoe één van de hoofdpersonages onzeker was over haar volwassen wordende lijf. ‘Zoiets wil je toch niet lézen!’ riep hij er vol afschuw achteraan. Kennelijk denkt niet iedereen er zo over.

Aan het begin van het schooljaar heb ik mijn leerlingen voorgelezen uit ‘Offerkind’ van Rob Ruggenberg. Het speelt ongeveer vierduizend jaar geleden, precies in de periode die bij geschiedenis werd behandeld. Door voor te lezen hoopten we die tijd meer te laten leven en leerlingen de liefde voor boeken bij te brengen. Met succes, want de boeken van Ruggenberg worden nog geregeld uit de mediatheek gehaald.

Na ‘Offerkind’, dat ik bijna helemaal aan de klassen heb laten horen, ben ik begonnen fragmenten voor te lezen. Sommige leerlingen lezen uit zichzelf al graag en weten de juiste boeken feilloos te vinden, andere hebben geen idee wat ze leuk vinden of waar ze moeten beginnen. Zij vinden lezen vooral moeilijk, stom en saai. Juist bij hen zie ik de uitdaging om samen hét goede boek te vinden.

Om de sporters aan te spreken heb ik Corien Oranjes ‘Kampioen’ meegenomen en ‘Voetbalkoorts’ van Nick Hornby. ‘Kunt u dat boek voor me reserveren?’ vroeg een jongen me meteen nadat ik hem en zijn klasgenoten had ingewijd in de wereld van de voetbalhooligans. Missie geslaagd.

Dat dunne boeken niet altijd makkelijker lezen, bewees ik door twee verschillende exemplaren van ‘Ik moet dit doen’ van Maren Stoffels mee te nemen. Tot verbazing van velen bleek het dunnere boek meer pagina’s te bevatten dan het dikke. Hoewel het thema van het verhaal pittig is, zag ik er een paar lessen later toch een meisje uit verder lezen. Mooi dat ze het aandurft.

Ik las ook voor uit Emiel de Wilds ‘Broergeheim’. Enkele leerlingen hebben het nu geleend in de mediatheek. ‘Ik vind het boek eigenlijk niet zo heel leuk,’ merkt een meisje eerlijk op, ‘maar ik wil nu wel graag weten wat er met die broer is, dus lees ik toch door.’ ‘Ik weet het al!’ roept iemand anders. Ik weet het ook en ik geef een knipoog. Niet verklappen!

‘Mijn boek is heel erg mooi,’ vertelt een meisje dat Jacques Vriens’ ‘Achtstegroepers huilen niet’ op haar tafel heeft liggen. ‘Het is grappig en zielig tegelijk,’ zegt ze. ‘En ook heel stom!’ vult een klasgenootje aan. Dat klopt, want de hoofdpersoon heeft kanker en lange tijd is niet duidelijk of ze beter wordt of niet.

Een jongen roept dat zijn boek zo spannend is. Een andere vertelt dat hij juist moet lachen om het verhaal dat hij leest. Verderop is een meisje verdiept in een dikke pil van ‘Harry Potter’. ‘Ik heb alle delen van de serie al gelezen,’ vertelt ze stralend als ze opkijkt. ‘En ik heb de films ook gezien.’ ‘Welke vond je mooier?’ wil ik weten. ‘De boeken of de films?’ Even denkt ze na. ‘De boeken,’ zegt ze dan. ‘Want daar kun je je eigen plaatjes bij verzinnen.’ Wat een heerlijk antwoord. Ik kijk ernaar uit nog heel veel met mijn leerlingen te lezen.

3 reacties

Plaats een reactie