Glunderend zit mijn oudste dochter tegenover me, aan hetzelfde tafeltje als waar we een uur geleden ook zaten. Toen ik mijn lief vertelde dat ik met haar naar het woonwarenhuis zou gaan, reageerde hij enthousiast: ‘Lekker Zweedse balletjes met patat eten!’ Om kwart voor elf bleken ze die nog niet te serveren. Nu wel.
De aanleiding voor het winkelbezoek staat me minder aan: de lattenbodem van het bed van mijn meisje staat op het punt het te begeven, ze is echt aan een nieuw bed toe. Dat betekent dat we van het oude af moeten, dat we een ander moeten kiezen, kopen, vervoeren, in elkaar zetten… En dat in de puinhopen die haar slaapkamer rijk is.
Ik zou het natuurlijk positiever kunnen bekijken: dit is het perfecte moment om de kinderkamer om te toveren tot een tienerkamer. Samen winkelen en meubels schuiven kan ook hartstikke leuk zijn. Maar dan heb je wel energie nodig. En het vermogen om op te ruimen. Van het eerste heb ik maar weinig en in opruimen zijn we allebei niet goed. Lekker dan.
Beginnen met een oriëntatie-uitje kan in ieder geval geen kwaad, daarom zijn we vanmorgen op tijd in de auto gestapt. De winkel was pas net open toen we aankwamen, dus konden we rustig rondkijken. Enthousiast dwaalde mijn meisje langs alle voorbeeldwoon- en slaapkamers. In de bureaus had ze geen interesse, we kwamen hier immers voor de bedden. ‘Maar het bureau dat je nu hebt is zo klein, je moet toch ergens je huiswerk maken,’ probeerde ik nog. ‘Dat kan beneden ook,’ wierp zij tegen.
Bij het restaurant aangekomen waren we het erover eens dat het tijd was voor pauze. Ik verheugde me al op de balletjes die mijn lief had gesuggereerd, maar de keuken was nog niet open. Met twee appelgebakjes zaten we even later aan het tafeltje dat mijn meisje koos.
Daarna gingen we door naar de bedden. Over het exemplaar dat ik mooi vond, had zij haar twijfels. ‘Ga toch maar even liggen,’ zei ik. ‘Maar ik heb mijn schoenen aan!’ ‘Doe nou maar.’ ‘En we zijn in een winkel!’ Uiteindelijk gaf ze zich gewonnen en testte ze het bed. Gniffelend lag ze op de dekens. ‘Mag dit echt wel?’
Een definitieve keuze zat er nog niet in, dat hoefde gelukkig ook niet. We waren hier immers om ons te oriënteren. Dat deed ik ook bij het servies. Zou ik nieuwe borden kopen? Ik ben er eigenlijk wel aan toe, maar de kleur die ik het mooiste vond, was vanzelfsprekend niet op voorraad. Mijn meisje twijfelde vrolijk met me mee. ‘Hoe vind je die blauwe anders?’ vroeg ze. ‘Of die roze?’
‘Trouwens…’ ging ze met twinkelende ogen verder. ‘Het is nu half twaalf. Zou dan de keuken niet open gaan?’ We lieten het servies voor wat het was en spoedden ons terug naar het restaurant. Daar bestelde ik de beloofde balletjes, zij wilde alleen patat.
Hier zitten we nu, aan hetzelfde tafeltje als zojuist. Met een intens gelukkige blik zit mijn meisje tegenover me van haar patat te snoepen. Dat servies, dat bed en die slaapkamermetamorfose komen binnenkort wel. Voorlopig is het genoeg dat we er samen zo fijn op uit zijn.

