Te veel

Achter mijn lege winkelwagentje dwaal ik door het tuincentrum. De buitenplanten zijn hoog of juist laag, het zijn klimmers of hangers, ze hebben grote of kleine bloemen en dan ook nog alle vormen en kleuren die je maar bedenken kunt.

Het verzoek van mijn lief leek zo simpel: ‘Koop een nieuwe pot, net zo één als ik al heb, en haal wat fleurige plantjes die erin kunnen.’ Ik heb de vrije hand gekregen en de toezegging dat alles goed is. ‘Maar,’ zeurt een klein stemmetje in mijn hoofd, ‘wat nou als je tóch de verkeerde keuze maakt?’ Zuchtend draai ik de wagen voor een zoveelste ronde over de afdeling.

In de pot die al voor zijn huis staat, zit een roze petunia, met twee kleine witte sutera’s ervoor. Wat past daarbij? Hoewel ik op zoek ben naar iets leuks voor mijn lief, glijden mijn gedachten naar de planten die bij míj thuis voor de deur staan. Een paarse Spaanse margriet, een fuchsia en twee potanjers. Daar zou natuurlijk nog best wat bij kunnen.

Ik zie leuke bloemetjes, zowel geschikt voor mijn lief als voor mijzelf, maar ze zitten al bij andere planten in een pot. Zouden ze die ook los verkopen? Ik speur de afdeling af, toch kan ik ze niet vinden. Een verkoopster helpt me verder. Ze hebben wel verbena’s, zoals de bloemetjes blijken te heten, maar alleen in andere kleuren. Natuurlijk heb ik moeite met kiezen, maar langzamerhand raakt mijn wagentje gevuld.

Als ik tevreden ben met mijn keuze, en mijn lief hopelijk ook, loop ik door richting de uitgang. Maar dan kom ik langs de Spaanse margrieten. Die hebben van die mooie kleuren. En daar verderop staan ook zulke leuke bloemen! Geen idee hoe ze heten, maar ze zijn prachtig! Zal ik…? Vooruit, eentje dan.

Ik stuur mijn wagen vol zomerbloeiers langs het tuingereedschap, de dierenhoek en het restaurant naar de afdeling kamerplanten. Er staan exemplaren met geweldig mooie bladeren bij. Het is dat ik binnen al zo veel groen heb staan, anders had ik zeker nog meer planten meegenomen.

Voor ik toch overstag ga, loop ik gauw door naar de interieurafdeling. Daar schiet me te binnen dat het terras voor mijn huis ook erg groen is, maar niet op de goede manier. Een voegenkrabber zou geen kwaad kunnen, al betwijfel ik of ik hem vanwege de saaiheid van de klus écht ga gebruiken. Ik laat mijn wagen achter bij het tafelzeil en snel terug, de halve winkel door.

Bij het tuingereedschap vind ik voegenkrabbers van zeker vier verschillende merken. Er liggen ook van die suffe matjes bij, waar je je knieën op kunt leggen als je aan de slag gaat. Ze zien er truttig uit, maar zijn waarschijnlijk wél handig. Ja hoor, met een krabber én een matje begeef ik me weer naar de wagen.

Voor de tweede keer weersta ik de verleiding nieuwe kamerplanten mee te nemen, ik ben zowaar trots op mezelf. Maar als ik bedenk dat ik een blog zou kunnen schrijven over mijn winkelbezoek, zakt de moed me toch weer in de schoenen. Daar moeten foto’s bij. En aangezien de tekst vooral over tuinplanten zal gaan, moet ik eigenlijk weer terug naar het begin van de winkel. Toch?

Nee. Er zijn grenzen en die zijn nu echt wel bereikt. Beeldmateriaal van binnenplanten zegt vast ook genoeg. Desnoods van potgrond, want zelfs daarvan blijken ontzettend veel verschillende soorten te bestaan. Ook hier twijfel ik even, dan gooi ik een zak van 40 liter in de wagen. Nu gauw naar de kassa en naar huis. Tuincentra zijn best leuk, maar niet als je een vol hoofd hebt.

Plaats een reactie