Ik zit met een vriend aan de keukentafel thee te drinken, als mijn oog valt op het op het met grijs papier omwikkelde pakje. ‘Oh ja!’ roep ik blij uit. ‘Kijk eens wat ik nú heb gekocht!’ Met een grote glimlach maak ik het papier los. Een witte vis met glanzende schubben komt tevoorschijn, zijn staart kunstig tegen zijn kop gekruld, zijn bek een gapend gat.
Mijn vriend barst in lachen uit als hij de vissenvaas ziet. ‘Heb jíj die gekocht?’ vraagt hij voor de zekerheid. Zelf neemt hij altijd de meest bizarre en nutteloze cadeautjes voor de meiden en mij mee, maar kennelijk kan hij zich niet voorstellen dat ik zelf ook zoiets kan kopen.
Ik eigenlijk ook niet. Mijn huis staat al vol met spullen en prullen, ik wil helemaal niets nieuws. Maar toen ik bij de woonwinkel was om mijn nieuwe zoldergordijnen op te halen, straalde deze vis me vanaf de opruimingsplank tegemoet. ‘Koop mij!’ riep hij. Even twijfelde ik, al gauw was ik om en gaf ik gehoor aan zijn roepen.
Op de terugweg in de auto zag ik al helemaal voor me hoe de vis op tafel zou staan. Fris en vrolijk, zeker met een paar tulpen erin. Het gegeven dat tulpen in oktober niet te koop zijn, negeerde ik. Dat de tafel al vol ligt met post, papieren, knutsels, speelgoed en andere dingen ook.
Nu heb ik de vis dus uitgepakt en hoewel ik keihard word uitgelachen, ben ik er best content mee. Gelukkig maar, want er staat me nog behoorlijk wat kritiek te wachten.
‘Wat is dát?’ wil de oudste dochter weten als ze thuiskomt van school. ‘Verschrikkelijk,’ stelt ook de jongste vast. ‘Niet om jou hoor,’ dekken de meiden zich in, ‘maar we kunnen ons niet voorstellen dat je zoiets lelijks zou kopen.’
Intussen zwerft de vis door de kamer, op zoek naar een plekje waar hij mooi uitkomt. Dat blijkt de vensterbank in de keuken te zijn. ‘Nee hè,’ klagen de dochters, ‘dan zien we hem elke keer als we uit school komen!’
Op een kastje vond ik nog een paar Lego-tulpen. Die prijken nu in de vaas voor het raam. Hoe lang ik alle kritiek kan verdragen en hij daar mag blijven, is nog de vraag, maar vooralsnog word ik er vrolijk van. En voor de paar euro die de vis me kostte is dat meer dan genoeg.

