An experience

‘Lapaz! Madina Lapaz! Madina!’ roept de man ontelbare malen terwijl hij met zijn bovenlijf uit het busje hangt. ‘Lapaz! Madina!’ Hij lijkt onvermoeibaar, maar ik heb geen idee wat hij bedoelt. Daarom vraag ik het aan B, die naast me zit. ‘De mate vertelt waar de bus naar toe gaat,’ legt ze uit. ‘Zo probeert hij passagiers te trekken.’

We zijn onderweg van Agona Swedru naar de luchthaven van Accra, een rit van ruim 80 kilometer. We moeten met zijn zessen naar het vliegveld, maar passen, zeker met bagage, niet allemaal in de auto. Daarom hadden onze mannen gisteren besloten dat zij, samen met de jongens, de auto zouden nemen en dat wij, de meisjes, met het openbaar vervoer zouden gaan. ‘It will be an experience,’ voorspelden ze.

Daarin kregen ze zeker gelijk. B en ik waren samen naar de doorgaande weg gelopen, waar ze al gauw een klein, oud busje staande had gehouden. We waren ingestapt en hobbelden geruime tijd door kuilen en over drempels, langs palmbomen, winkeltjes, markten en huizen door het drukke verkeer.

Ik telde vijftien stoelen, die na verloop van tijd ook allemaal bezet waren. De man naast me rook naar zweet, van buiten bereikten me de geuren van uitlaatgassen, eten en verbrand rubber. Die laatste lucht kwam gelukkig niet van onder onze bus.

Haltes waren er niet, het busje stopte gewoon op elke plek waar iemand aangaf in of uit te willen stappen. En dat was vaak. ‘Wij moeten er zo ook uit,’ kondigde B plotseling aan. Ik had geen idee waar we waren, maar volgde haar aanwijzingen gedwee op.

‘Nu moeten we wachten op de volgende bus,’ vertelde ze toen we ergens langs de kant van de weg stonden. ‘Ah, daar is hij al!’ zei ze er vlak achteraan. Hoe ze dat zo snel gezien had, was me een raadsel. Alle busjes lijken op elkaar, alleen de gele streep op de zijkant verraadt dat ze onderdeel zijn van het openbaar vervoer. We stapten in, deze bus had drieëntwintig plaatsen. Dat slechts de helft van de stoelen gevuld was, vond ik niet erg, want het was behoorlijk warm.

We hobbelden verder en ik verbaasde me over de mate die maar geestdriftig bleef roepen: ‘Lapaz! Lapaz! Madina Lapaz!’ Nu weet ik in ieder geval waarom hij dat doet. Af en toe draait hij zich om om geld aan te nemen van passagiers of gaat hij door de schuifdeur de bus uit om mensen in of uit te laten stappen. ‘Soms gaan de mates met elkaar op de vuist,’ vertelt B, ‘als ze dezelfde kant uit gaan en ruzie hebben om een passagier.’ Ik kijk haar met open mond aan. In Nederland is dat onvoorstelbaar. ‘Hier komt het gelukkig ook niet vaak voor,’ vult ze glimlachend aan.

Hoe dichter we bij Accra komen, hoe voller de bus wordt. Inmiddels tel ik vierentwintig mensen, de mate zit bijna bij een meisje op schoot. Zolang we rijden is het goed te doen, maar wanneer we stilstaan slaat de hitte me in het gezicht. Niet alleen mij. Verschillende reizigers maken van die momenten gebruik om door de open ramen flesjes en zakjes ijswater te kopen van de mensen die met hun waren op onze bus af komen.

‘Berber!’ zegt B als we weer eens stil staan. ‘Deze man verkoopt Ghanese chocolade. Wilde je die niet als souvenir hebben?’ Ze wenkt de verkoper en ik zoek in mijn tas naar het portemonneetje met cedi’s, terwijl ik informeer naar de prijs. Door het raam reikt hij me verschillende verpakkingen aan en vlak voor de bus weer optrekt laat ik de repen in mijn rugzak glijden. Weer een nieuwe manier van winkelen geleerd.

Lapaz zijn we inmiddels kennelijk voorbij, nu roept de mate alleen nog dat de bus naar Madina gaat. Daar hoeven wij echter niet naar toe, dus op B’s teken stappen we uit. Onze mannen zijn al op het vliegveld, vertelt ze me, voor ons is het nog ruim een halfuur lopen. Dat duurt te lang, want er wordt op ons gewacht, dus houdt ze een derde busje staande.

Het verkeer in Accra staat hartstikke vast. We rijden een klein stukje mee, dan besluit B dat we toch beter te voet verder kunnen gaan. Als we een drukke weg oversteken, pakt ze me zelfs bij de hand. ‘Please, be carefull,’ waarschuwt ze me. ‘Vooral de motoren rijden hard. En ze remmen niet.’

Wanneer we na een reis van drie uur uiteindelijk bij de luchthaven aankomen, zwaaien de mannen al van een afstand naar ons. ‘En? Hoe was de rit met het Ghanese openbaar vervoer?’ vragen ze lachend. Vrolijk grijns ik terug, hoewel mijn nekspieren stijf zijn van al het gehobbel. ‘Jullie hadden gelijk,’ antwoord ik. ‘Het was absoluut an experience.’

Plaats een reactie