‘Kijk!’ schreef ik gisteren enthousiast aan mijn lief bij de foto die ik hem appte. ‘Lowlandsmuntjes uit 2009!’ Hij reageerde met een vrolijk lachende emoticon. Hetzelfde bericht stuurde ik naar een vriend. Zijn reactie was heel anders: ‘Die zou ik op eBay zetten!’ Daarop begon ik te twijfelen. Niet om de waarde van de muntjes, wel om de herinnering erbij. Zou ik ze dan toch weer uit de vuilniszak vissen?
Dit is niet mijn eerste blog over opruimen, maar misschien wel de meest rigoureuze. Nou ja, niet de blog, wel het opruimen. Al drie dagen ben ik bezig met het uitmesten van de zolder. Ik wist dat daar veel spullen liggen, maar niet dat het er zó veel zijn.
Inmiddels ben ik behoorlijk opgeschoten: er staan dingen op Marktplaats en andere staan in tassen klaar om doorverkocht te worden. Er staan kratten en zakken in de gang te wachten tot ik ze naar de kringloopwinkel breng. Boeken liggen op een stapel voor de minibieb hier in de buurt. Het is me zelfs gelukt dingen weg te gooien, de oudpapiercontainer raakt al aardig vol.
Hoe meer er van de laminaatvloer zichtbaar wordt, hoe moeilijker het opruimen echter is. Want wat heb ik toch veel moois bewaard! De lotto- en kwartetspelletjes die ik in 1996 voor mijn broertjes verjaardag maakte. De agenda’s van de middelbare school, vol teksten, stickers en verliefdheden. De skateketting die ik op mijn zeventiende aan mijn broek droeg en waarmee ik me supercool voelde. De schriften die ik volschreef en -plakte in de tijd dat ik op kamers ging. De zelfportretten die ik tekende toen ik op de kunstacademie zat.
Natuurlijk ken ik de stelregel dat je weg kunt gooien wat je een jaar niet hebt gebruikt. Als ik me daaraan zou houden zou de zolder snel leeg zijn, maar daarmee zou ik ook al die herinneringen wegdoen. Dat kan ik niet over mijn hart verkrijgen.
En dus zoek ik een plekje voor het boeddhabeeld dat ik op mijn zestiende meenam uit Thailand. Stop ik het memoboekje dat een vriendin in 2013 voor me maakte in een krat. Leg ik de pen die ik in 2015 kreeg, omdat mijn verhaal bij een wedstrijd genomineerd was, in een laatje. Bewaar ik het cassettebandje met muziek van Fatboy Slim en Rage Against The Machine, ook al heb ik al jaren geen cassettespeler meer.
Omdat in mijn hoofd al zinnen ontstaan, haal ik mijn laptop van beneden. Ik leg hem op het bureau, waar zowaar voldoende ruimte is. Voor ik begin te typen haal ik de Lowlandsmuntjes uit de vuilniszak. Ze herinneren me niet alleen aan die ene editie, maar ook aan de andere keren dat ik naar het festival ging. En naar Pinkpop. Parkpop. Bevrijdingsfestivals.
Mijn gedachten dwalen zo makkelijk af tijdens het opruimen, zeker nu het moeilijker wordt, dat ik graag mijn toevlucht elders zoek. Ik weet echt wel dat ik straks verder moet, dat ook de laatste spullen hun plek niet zelf vinden, maar deze schrijfpauze lijkt me een goed plan. Het is nou eenmaal eenvoudiger om orde te scheppen in woorden dan in dingen.
