Met mijn ogen dicht zit ik op een stoel. Mijn voeten staan plat op de grond en mijn handen liggen losjes op mijn bovenbenen. Vanuit mijn telefoon vraagt een stem me om stil te staan bij mijn gedachten, gevoelens en emoties. Daarna hoor ik dat ik ze los mag laten en mag inchecken bij mijn ademhaling. Heel bewust adem ik in, terwijl ik probeer mijn gedachten niet wéér af te laten dwalen.
Natuurlijk heb ik wel vaker mindfulness geprobeerd – wie niet? Het is de afgelopen decennia zo’n hype geweest dat je er bijna niet omheen kon. Toch is het me nooit gelukt er echt iets mee te doen. Misschien was ik ook wel niet gemotiveerd genoeg.
Nu heb ik echter een nieuwe psycholoog, ondanks dat ik mijn problemen zo graag zelf de baas wilde worden en op wilde lossen. Zij heeft me aangeraden het nog een kans te geven. Leren in het hier en nu te zijn, me niet te laten leiden door mijn wat-als-gedachten en stil te staan bij hoe het nu écht met me gaat.
Samen deden we één oefening, die ik opnam op mijn telefoon, zodat ik hem later terug kan luisteren. Ik durfde mijn ogen niet dicht te doen, dat voelt te kwetsbaar als er iemand bij is, maar focussen op een vast punt mocht gelukkig ook. Natuurlijk vlogen mijn gedachten alle kanten op. Dat was oké, zei zij, zolang ik daarna maar probeerde ze terug te brengen bij de oefening. Dat probeer ik nu elke dag.
Toegegeven: ik ben pas een week bezig. Waarschijnlijk is dat veel te kort om er iets over te zeggen, laat staan om er een blog over te schrijven, maar het is een begin. Mijn lief reageerde enthousiast toen hij hoorde over mijn oefeningen, stuurde me meteen een link naar een site met nog veel meer mindfulnessmeditaties, en nu ben ik extra gemotiveerd.
Minstens twee keer per dag ga ik ervoor zitten en luister ik naar mijn hoofd, richt ik me op mijn ademhaling of doe ik een bodyscan. Het is moeilijk om erbij te blijven en mijn gedachten te sturen, maar ik hoop zo dat het me in de nabije toekomst wat oplevert, juist op de momenten waarop het niet goed met me gaat.
En dus wacht ik opnieuw tot ik alleen thuis ben, tot niemand me ziet, en zet ik weer een oefening aan. Rustig adem ik in door mijn neus en luister ik naar de instructies van de stem. Natuurlijk hoor ik niet alleen de stem, maar ook de fluitende vogels in de tuin, de hooi kauwende cavia achter me en de tikkende klok aan de wand.
Maar ik doe mijn best me te concentreren. Ik heb immers een doel en daardoor nog meer motivatie om het goed te doen. Dat laatste schijnt alleen niet de bedoeling te zijn, realiseer ik me dan. Mindfulness gaat niet om winst en ook niet om de beste zijn. Dus herpak ik mijn gedachten en laat ik ze net zo hard weer afdwalen. Het geeft niet, zegt de stem. Ook dat is oké.
