Spiet

De meeste weilanden zijn leeg en groen, in sommige staan een paar schapen. Andere zijn half ondergelopen en worden bevolkt door grote groepen ganzen. Vanaf een dijkje zie ik mensen riet snijden en in bossen binden. Ik geniet van de wind die mijn helm in waait.

‘Zullen we gaan hardlopen?’ vroeg mijn lief vanmorgen. ‘Of heb je meer zin hierin?’ Met twinkelende ogen deed hij alsof hij gas gaf met zijn rechterhand. Het was mij wel duidelijk waar hij zijn zinnen op had gezet.

‘Jij op de cruiser, ik op de BMW,’ stelde hij voor. ‘Lekker een blokje om, onderweg een kop koffie…’ Het idee klonk echt wel goed, maar in mijn hoofd blokkeerde er iets. De laatste tijd heb ik weinig energie en door de strenge winter heb ik al twee maanden niet gereden. Ik moet al een drempel over om weer op mijn eigen motor te stappen, rijden op zijn cruiser vraagt nog veel meer denkwerk.

Terwijl ik mijn tanden poetste zette mijn lief de motoren klaar. In de badkamer dacht ik aan wat Daniël Lohues zingt: ‘Angst is mar veur eben, spiet is veur altied.’ Natuurlijk kon ik wel op de cruiser rijden, hield ik mezelf stoer voor. Bovendien zouden we maar even weg zijn, dus kon ik het best volhouden. Soms moet je júist doen wat je niet durft. Ik haalde een paar keer diep adem.

Toen smeet ik mijn tandenborstel in de wastafel en denderde de trap af. ‘Ik ga niet zelf rijden,’ zei ik. ‘Ik stap wel bij jou achterop.’ Mijn lief leek verrast. ‘Wil je ’t zelfs niet proberen? Even met de cruiser de straat op en neer om te voelen hoe het is?’ Mijn ‘nee’ liet geen ruimte voor meer vragen.

Nu rijden we dus samen op de BMW over smalle weggetjes door de Weerribben. Mijn handen liggen losjes op zijn heupen, af en toe pakken we elkaars vingers even vast. De zon weerspiegelt schitterend op de slootjes. Op de gerimpelde meren drijven majestueuze zwanen. Ik vind het heerlijk om onderweg te zijn, om me heen te kunnen kijken en nergens over na te hoeven denken. Af en toe klinkt Lohues’ stem zachtjes in mijn hoofd. Hij kan me wat.

Bij thuiskomst zet ik glimlachend mijn helm af. Natuurlijk had ik graag zelf willen rijden, maar dit was echt de beste keus. Het was ontzettend fijn buiten, maar ook heel fijn dat ik even niets hoefde. Mijn lief slaat zijn arm om mijn schouders. ‘Geen spijt?’ vraagt hij. Heel even sluit ik mijn ogen. ‘Nee,’ zeg ik dan. ‘Geen spijt.’

Plaats een reactie