Echt nóóit

Ons nachtje weg is méér dan de meiden zich kunnen wensen. We hebben al ijs gegeten en chips gehad en de bedden in de hotelkamer blijken superzacht. Bovendien kunnen ze nu liggend televisie kijken – wat een luxe!

Alleen het avondeten valt tegen. Nadat de meiden door de fontein op het dorpsplein zijn gerend, zijn we neergestreken op een terrasje. Daar hebben ze allebei het kindermenu besteld. Helaas, de kipnuggets smaken anders dan die van de snackbar en over de salade zit een dressing die ze niet lusten. (‘En we hadden niet eens om salade gevraagd!’)

Als goedmakertje gaan we nog langs de supermarkt, waar ze wat lekkers mogen uitzoeken voor in het hotel. De oudste wil graag tompoucen, maar die zijn nu zó onpraktisch, dat ik haar voorstel afsla. Eigenlijk begrijpt ze dat ook wel, dus kiest ze samen met haar zusje voor popcorn.

‘Willen jullie misschien gratis tompoucen hebben?’ vraagt een medewerkster bij het afrekenen. De zoetigheden zijn nog over van Koningsdag en moeten vandaag op. Op het gezicht van de oudste verschijnt meteen een grote grijns, ik hoef al geen antwoord meer te geven.

Met onze boodschappen én de tompoucen staan we even later buiten. ‘Maar mam, hoe gaan we die dan opeten?’ wil mijn meisje weten. Goede vraag. Op de kamer hebben we natuurlijk geen gebaksbordjes, dus gaan we terug de winkel in om papieren exemplaren te halen. Vrolijk lopen de meiden daarna mee naar het hotel.

Daar gaan we eerst zwemmen en douchen – ons verblijf is van alle gemakken voorzien. Maar dán, als de meisjes in hun pyjama en onesie in bed televisie liggen te kijken, is het zover. De jongste, die niet van tompoucen houdt, krijgt haar popcorn en de oudste, die er juist gek op is, geef ik haar oranje gebakje op een papieren bordje.

Stralend neemt ze het aan. Ze kijkt er even verlekkerd naar en steekt vervolgens haar wijsvinger in de zachte room. Haar zusje kijkt grijnzend toe, terwijl haar hand weer in de zak popcorn verdwijnt. De oudste glundert van oor tot oor. ‘Tompouce eten in bed. Dit mag thuis echt nóóit!’ Ze kijkt mij aan als ze haar vinger aflikt. Ik lach. Dit is precies wat ons uitje zo mooi maakt.

2 reacties

Geef een reactie op Deborah Hamar Reactie annuleren