Springen

We vliegen op bijna vier kilometer hoogte als de mensen om me heen elkaar opgetogen aankijken en handgebaren maken. Dan gaat het luik van het toestel open en schuiven de eerste parachutisten naar de rand. Ik zie hoe ze zich losmaken van het vliegtuig en in het niets verdwijnen. Ik slik. Dat ga ik zo ook doen.

In de auto op weg naar het vliegveld merkte mijn vriend al op dat ik stiller werd. Toen hij mijn hand vastpakte, constateerde hij dat die enigszins klam was. Niet gek natuurlijk, want de tandemsprong die ik van hem voor mijn verjaardag kreeg, valt ruim buiten mijn dagelijkse routine.

Hoewel ik het spannend vond, had ik er vooral veel zin in. Onder toeziend oog van mijn lief en zijn kinderen hees de instructeur me in een harnas en legde me uit wat er te gebeuren stond, wanneer ik me vast moest houden en hoe het vallen zou gaan.

We stapten met de andere skydivers in het vliegtuig en stegen op. Door het raampje zwaaide ik naar de achterblijvers op het terras. De wereld van boven was prachtig. Ik zag Apeldoorn liggen en Deventer, volgde de meanderende IJssel en keek naar het rechte Apeldoorns Kanaal.

Nu kijk ik niet naar beneden, maar naar voren, waar het vliegtuig steeds leger wordt. Mijn instructeur en ik schuiven steeds dichter naar de opening, het moment van onze sprong nadert snel. Door het vertrouwen dat hij uitstraalt, valt de spanning mee, maar er kriebelt wel iets in mijn buik. Ik pak mijn harnas vast zoals me opgedragen is en adem diep in. Daar gaan we.

Vanaf het eerste moment is het fantastisch. De lucht raast langs mijn oren terwijl we steeds sneller naar beneden vallen. Als mijn instructeur op mijn schouders tikt, laat ik het harnas los en spreid mijn armen. We vliegen!

Nou ja, niet echt natuurlijk, maar zo voelt het toch. Het is heerlijk! Voor me verschijnen de handen van de instructeur. Hij steekt twee duimen op en ik doe hetzelfde. Ik lach en straal en wil wel blijven vallen. Omdat dat niet kan opent hij na enige tijd de parachute. Even worden we opgetild, dan zweven we samen rustig door de lucht. Ver onder ons zie ik meer parachutes, langzaam glijden ze naar beneden.

‘Zullen we een rondje maken?’ vraagt de instructeur. Hij trekt aan de lijnen van de parachute en we draaien om onze as. Een kriebel trekt door mijn lijf en het euforische gevoel wordt nog groter. ‘Nog een keer?’ vraag ik.

Vlak voor we de grond raken, trek ik mijn benen op. We glijden een eindje door het gras en komen dan tot stilstand. Mijn instructeur koppelt me los en ik sta op. Daarna help ik hem overeind. Mijn oren zitten nog dicht als we bij de anderen terugkomen, maar op mijn mond staat een grote grijns. Dolgelukkig loop ik naar mijn lief. Deze sprong was een prachtcadeau!

4 reacties

Geef een reactie op Anoniem Reactie annuleren