Tot straks

Wanneer we de garage binnenkomen gaan de monteurs net zitten voor hun koffiepauze. De sfeer is dan ook goed. Aandachtig bekijk ik de factuur van de APK en de grote beurt, ook al begrijp ik maar de helft van wat erop staat. De meiden, die op het laatste moment mee wilden om de auto op te halen, kijken intussen hun ogen uit.

Vooral de oudste is nieuwsgierig naar wat er allemaal te zien is. ‘Wat veel mannen,’ verzucht ze met een blik op de koffietafel. ‘Waarom werken hier zo weinig vrouwen?’ ‘Misschien moet jij maar autotechniek gaan studeren,’ suggereert één van de monteurs. ‘Dan kun je ons team later komen versterken.’ Het gezicht van mijn meisje betrekt. Het lijkt erop dat ze toch een andere keuze wil maken.

Als we uitgekletst zijn groeten we de mannen en lopen weer naar buiten. ‘Maar mama,’ zegt de oudste dan. ‘We hebben nog helemaal niet naar de auto’s gekeken!’ Ik wist niet dat de meiden daar interesse in hadden, maar ik draai me om en ga terug naar binnen. Opnieuw worden we vriendelijk begroet, natuurlijk mogen we een rondje door de showroom maken.

De meiden dwalen tussen de auto’s. ‘Nergens aankomen,’ waarschuw ik. ‘Dat weten we toch,’ reageren ze zuchtend. Bij sommige auto’s blijven ze staan, beoordelen ze op kleur, vormgeving en prijs. Er staan zeker mooie exemplaren tussen, maar de mijne vinden ze gelukkig ook goed genoeg. ‘Kom,’ spoor ik ze ten slotte aan. ‘We gaan naar huis.’

Op weg naar de uitgang komen we weer langs de koffiedrinkende mannen. ‘En? Zit er nog wat leuks voor jullie tussen?’ wil één weten. Ik zwaai met mijn factuur. ‘Voorlopig houden we het hier maar bij.’ ‘Tot straks dan!’ groet een ander. Ik hoop niet dat hij gelijk krijgt.

We stappen in, klikken de gordels vast en rijden weg. Maar nog voor ik het terrein af ben, zie ik al dat we inderdaad moeten keren: er brandt een lampje. Nee hè!

‘Ik zei het toch?’ grijnst de monteur die zijn voorspelling uit ziet komen. ‘Welkom terug!’ Hij biedt ons een snoepje aan terwijl één van zijn collega’s naar de foto kijkt die ik van het lampje genomen heb. Hij kijkt verrast op: ‘Er is een lamp kapot. Dat was vanmorgen nog niet zo! Rijd hem maar naar binnen, dan gaan we op zoek.’

De mannen staan op, verspreiden zich over de werkplaats en paar minuten later is het defecte lampje gevonden en vervangen. Nu wil ik echt naar huis. Ik haal de meiden op, die alweer in de showroom zijn. Terwijl ze instappen vergapen ze zich aan de monteur die onder een auto staat te lassen. ‘Vuur!’ Voor de laatste keer neem ik afscheid. ‘Niet tot straks, maar tot volgend jaar!’

2 reacties

Plaats een reactie