Verschrikkelijk

Als ik de personeelskamer binnenkom, zie ik direct dat mijn collega’s stuk voor stuk keurige kleding dragen. Jasjes, vesten en bloesjes, allemaal even netjes. Hier en daar is zelfs een klein glittertje te zien. Ik onderdruk de neiging me om te draaien en weer naar huis te gaan. De afgelopen dagen liepen verschillende collega’s rond in een foute kersttrui, maar het lijkt alsof ik vandaag de enige ben.

Het is mijn laatste werkdag voor de vakantie. Vanmorgen had ik een T-shirt en een spijkerjasje aangetrokken, maar vlak voor ik op de fiets stapte, bedacht ik me dat er nog een knalgroene hamstertrui in de kast lag. Misschien was die geschikt voor vandaag? Vlug kleedde ik me om en hing ik kerstboompjes en -ballen in mijn oren om het af te maken.

Nu sta ik dus tussen mijn collega’s en durf ik mijn jas bijna niet open te ritsen. Stom, want gewoonlijk trek ik me niet veel aan van wat anderen van me vinden. Waarom maak ik me er nu dan wel druk om?

Een beetje schuchter hang ik mijn jas aan de kapstok en haast ik me naar de koffieautomaat. Niemand zegt iets over de sterren op mijn mouwen en de glitters op mijn borst. Gelukkig maar. Op de gang naar het kantoortje waar ik toetsen wil nakijken, kom ik niemand tegen. Ook dat is een meevaller.

De meeste collega’s die met mij in dezelfde ruimte zitten te werken, zeggen niets. De ene die wel een opmerking maakt, is positief. Hij weet ook te vertellen dat er ten minste nog één andere collega met een rendiertrui rondloopt vandaag, dus ben ik niet de enige. Dat geeft vertrouwen.

Tot ik op de gang mijn dochter, die in de eerste klas zit, tegen het lijf loop. Haar gezicht betrekt als ze mij aan ziet komen. ‘Wat heb jij voor verschrikkelijks aan?’ vraagt ze dan. Afschuw spreekt uit haar ogen. Ik geef haar een scheve glimlach terug. Gelukkig passeer ik twee seconden later een andere leerling. ‘Toffe trui, mevrouw!’ roept zij. Opgelucht loop ik door. Misschien komt het toch nog goed.

Eén reactie

Geef een reactie op Deborah Hamar Reactie annuleren