Goedgeluimd

Vanaf de hoofdweg zie ik hoe de verkeersregelaar even verderop met een gracieus gebaar zijn fluorescerend gele pet voor me afneemt. Enthousiast zwaai ik naar hem terug, terwijl de glimlach op mijn gezicht steeds groter wordt. Volgens mij is het tóch een goed idee dat ik ben gaan motorrijden vandaag.

Gisteravond had ik mijn motor bij mijn lief geparkeerd, dus moest ik er vandaag sowieso weer op naar huis. Omdat ik me vanmorgen behoorlijk wiebelig voelde, had ik me voorgenomen een korte route te nemen. Toen ik de motor echter in de zon van het slot haalde, kwam ik terug op mijn besluit. Het weer was veel te mooi; ik wilde via de Weerribben terug.

Mijn lief zette een route voor me in de TomTom en ik ging op pad. Bij een brug bij Giethoorn werd ik tegengehouden door een verkeersregelaar die twee handen met gespreide vingers naar me opstak. ‘Tien minuten ongeveer,’ legde hij uit. ‘Nou ja, waarschijnlijk iets langer, dan kun je hier weer langs.’ Vlug keek ik om me heen. Geen bankje. Eigenlijk was het ook nog te vroeg voor pauze.

‘Maar je kunt ook daarlangs,’ schoot de man me te hulp terwijl hij achter zich wees. ‘Verderop ligt nog een brug. Daar zijn ze ook aan het werk, maar met een slingertje kun je er vast wel overheen.’ Ik bedankte hem en nu staat hij me dus vrolijk na te zwaaien.

De route is bijzonder mooi. Ik geniet van het water, de molens, de huisjes, de zon, de vrijheid… Van alles. Af en toe stap ik af om een foto te maken of om me heen te kijken. ‘Heerlijk hè?’ begint een vrouw die op de fiets langskomt. ‘Ik heb ook motorrijlessen gehad, maar het is me nooit gelukt af te rijden – ik kreeg de stopproef niet voor elkaar.’ Nog geen vijf minuten later weet ik alles van haar mentale problemen, haar narcistische ex en de bestelauto die ze tot camper ombouwt. Toegegeven: het is meer dan ik wilde weten, maar het is wel een vriendelijke vrouw.

Bij een Tjaskermolen is een kleine parkeerplaats. Daar zet ik mijn motor neer om wat te eten en te drinken. Er begint ook een wandelroute die over verschillende houten vlonders voert. Leuk! Even overweeg ik het pad uit te proberen, maar mijn kleding is toch niet geschikt voor 3,5 kilometer sjouwen.

Ik rijd verder over dijkjes en langs weilanden, zie nestelende ooievaars en dartelende lammetjes. Het kerkje van Blankenham ligt aan het water en ziet er prachtig uit zo in de zon. Sterker: de hele wereld ziet er prachtig uit zo in de zon. Mijn wiebelige gevoel van vanmorgen heeft dan ook plaatsgemaakt voor heel veel vrolijkheid.

Ook de man van de viskraam in Zwartsluis is goedgeluimd. Op mijn antwoord dat ik nog even wil nadenken over mijn bestelling, zegt hij opgeruimd dat ik tot vijf voor halfzes heb. Op mijn uiteindelijke vraag om een broodje makreel antwoordt hij dat hij nog even wil nadenken. ‘Tot vijf voor halfzes,’ maken we de zin gelijktijdig lachend af.

Als ik de motor uiteindelijk weer achter huis parkeer, stuur ik een enthousiast bedankappje naar mijn lief. Ik ben niet alleen blij met de prachtige route die hij voor me bedacht heeft, ook met de mooie ontmoetingen onderweg. En vooral: met mijn eigen humeur. Zo kan ik vaker op pad.

Eén reactie

Geef een reactie op Anoniem Reactie annuleren