Monsters

‘Oh néé!’ De woorden komen er veel luider uit dan de bedoeling is. De meiden horen het en komen meteen op hun sokken de tuin in gerend. ‘Wat is er, mam?’ vragen ze. ‘Toch niks ergs?’ ‘Er zitten rupsen in mijn boerenkool,’ antwoord ik. ‘Heel veel!’

Een paar weken geleden kreeg ik ze van de buurvrouw: mooie groene plantjes met kleine kronkelige blaadjes. Zij had ze van haar schoonmoeder gehad, maar die had haar er zo veel gegeven, dat ze ze nooit allemaal kwijt kon. Of ik mee wilde delen?

Eigenlijk staat mijn tuin al veel te vol, maar het idee mijn eigen boerenkool te verbouwen, de lievelingsgroente van mijn oudste dochter, kon ik niet weerstaan. En dus nam ik vier plantjes aan, zette ze in grote potten met aarde en begon met het geven van water, liefde en aandacht.

Met succes, want de planten groeiden als kool. De zon scheen haar warme stralen op de blaadjes, die al gauw tot serieuze bladeren verwerden. Ik keek al uit naar de winter. Bij voorkeur moest de vorst er eerst overheen, volgens de overlevering zou de boerenkool dan immers nóg lekkerder zijn.

Nu sta ik echter met een getergd gezicht over de planten gebogen. Er zitten niet alleen gaten in de bladeren, maar er lopen vooral heel veel kriebelbeestjes overheen. Vroeger vond ik rupsen leuk, schattig en aandoenlijk. Ik keek vertederd naar hun pootjes en naar de kleine haartjes op hun rug, vroeg me af tot wat voor vlindersoort ze zouden uitgroeien.

Van die lieflijke gedachten is nu niet veel meer over. Monstertjes zijn het. Kleine monsters met zwarte kopjes en hongerige bekjes die zich tegoed doen aan de groente die ik voor mijn meiden en mijzelf bestemd had. En het zijn er niet een paar, maar werkelijk tientallen!

Moet ik ze nu één voor één met mijn vingers van de planten plukken? Ik gruwel bij de gedachte. Zou ik ze weg kunnen spoelen met water? Ik pak de gieter en schenk een flinke plens uit, maar het heeft geen effect. Dan kijk ik nog eens goed: tussen de kleine harige rupsjes, kruipen ook nog grotere groene. En er liggen eitjes. Honderden. Néé!

Ik app de buurvrouw: heb jij ze ook? Bij haar lijkt het leed nog mee te vallen en ik wens haar toe dat dat zo blijft. Aan mijn kant van de schutting kijk ik nog eens mismoedig naar alle beestjes op mijn planten. Met een diepe zucht geef ik me gewonnen. Voor boerenkool ga ik ook dit jaar wel weer gewoon naar de supermarkt.

3 reacties

Geef een reactie op Anoniem Reactie annuleren