Enige tijd geleden kreeg ik een fles Duitse rum van mijn broer. Echt goede rum, of, zoals hij zei: ‘Eens wat anders dan whisky of speciaalbier.’ Hij had gelijk, maar omdat ik nooit rum in huis heb, wist ik niet zo goed wat ik met de fles aan moest. Uit wat voor glas drink je rum eigenlijk?
Onlangs bedacht ik me dat je rum goed met cola kunt mixen. Of zou dat zonde zijn van zulke goede drank? Ik zette mijn bezwaren opzij en zat even later met een longdrinkglas rum-cola op de bank. Eén slok slechts, en mijn gedachten sprongen ruim vijfentwintig jaar terug in de tijd.
Plotseling was ik een kleine negenhonderd kilometer van huis, op de camping in het Tsjechische Vrchlabí, waar we op vakantie waren toen ik vijftien was. Overdag trokken we er met het gezin op uit, naar steden in de buurt of naar het Reuzengebergte. ’s Avonds zocht ik de andere jongeren op de camping op.
Mijn herinneringen aan die tijd zijn vaag en versnipperd, maar sommige dingen weet ik nog zeker. Dat we kampvuren maakten, bijvoorbeeld, en dat er een jongen was met een gitaar. Het kan niet anders dan dat hij nummers van Nirvana speelde, dat deed iedereen in die tijd.
Bij het campingrestaurant, of wat daarvoor door moest gaan, dronken we rum-cola. We hingen buiten rond en praatten over Belangrijke Dingen. Ik leerde dat het woord ‘ergo’ ‘dus’ betekent en gebruikte het te pas en te onpas.
En er was een jongen. Natuurlijk was die er, een heuse vakantieliefde. Ik weet niet meer hoe hij heette, ook niet hoe hij eruit zag. Ik denk dat hij blond was, maar hij kan ook bruin haar gehad hebben. Hij luisterde op zijn walkman naar ‘Undone – The Sweater Song’ en ik mocht meeluisteren. Dat was mijn kennismaking met de band Weezer.
Waarschijnlijk was het een combinatie van zijn uiterlijk, zijn muzieksmaak en de twinkeling die ongetwijfeld in zijn ogen zat, die me stapelverliefd maakte. Ik kreeg aandacht van een oudere jongen en voelde me geweldig. Op de één na laatste avond voor we naar een volgende camping zouden gaan, wandelden we met zijn tweeën tussen de tenten.
Wanneer we voor het eerst zoenden, weet ik niet meer. Wel dat we uitkwamen op het vliegveldje tegenover de camping en daar naast elkaar in het gras lagen. We keken naar de sterren en ik genoot van het moment. Veel later dan afgesproken kwam ik terug bij het tentje dat ik met mijn zusje deelde.
Stilletjes probeerde ik naar binnen te glippen, maar mijn ouders stonden al gauw naast me. Waar ik was geweest? Mijn zus had nog geprobeerd me in te dekken, had gezegd dat ik al sliep, maar ze werd duidelijk niet geloofd.
Mijn laatste avond op de camping was ik de zieligste vijftienjarige die ik me op dat moment kon voorstellen. Even mocht ik nog naar de rum-cola, het kampvuur en mijn grote liefde, maar eerder dan ooit moest ik van mijn ouders weer terug zijn bij de tent.
Volgens mij hebben we nog adressen uitgewisseld, maar daar hebben we zoals dat gaat met vakantieliefdes nooit wat mee gedaan. Een laatste kus voor ik op de achterbank schoof, dat was het. En zwaaien door het raampje, natuurlijk.
Terwijl ik nog een slok neem, verwonder ik me over de enorme hoeveelheid herinneringen die boven zijn gekomen. Op Google Maps zoek ik de camping op. Hij blijkt nog te bestaan, net als het vliegveldje ertegenover.
Glimlachend kijk ik naar het lege glas in mijn hand. Dat ene drankje heeft mooie verhalen teruggehaald, die ik met speciaalbier of whisky zeker niet opnieuw gevonden had. Ergo: het mixen van die goede rum met cola was een uitstekend plan.

Zoete nostalgie….heerlijk !
LikeGeliked door 1 persoon