‘Ik hoef niet per se stoer te zijn,’ vertelt mijn jongste meisje. ‘Nou ja, ik wil wel stoer zijn, maar niet zoals die stoere kinderen op school die dan zo gek gaan lopen en er dan zo raar bij kijken.’ Tien is ze, en zich steeds meer bewust van de mensen om zich heen. En van zichzelf, dat ook.
Haar zus is naar schaken en wij waren met zijn tweeën thuis. ‘Zullen we nog even gaan wandelen?’ had ik eerder op de avond voorgesteld, maar er kwam geen duidelijk antwoord. Zonet dan toch: ‘Wil je nog even mee naar buiten, mam?’ En dus zijn we samen op pad gegaan, het donker in.
‘Misschien staat het kerstdorp er wel weer,’ fantaseerde ze toen we nog maar net van huis waren. ‘Of zou het daar nog te vroeg voor zijn? Zullen we gaan kijken? Gewoon, voor de zekerheid?’
Natuurlijk wandelden we langs het bewuste huis en ja, het kerstdorp was al opgebouwd. Straatjes, huisjes, winkeltjes, boten, kerstbomen, heel veel sneeuw en nog meer lampjes: alles was er. Gebiologeerd stond mijn meisje voor het raam te turen, net als alle keren dat we er de vorige jaren waren en toen ze met neus en handjes tegen de ruit geplakt zat.
‘Kijk, daar verkopen ze donuts!’ vertelde ze stralend. ‘En de lampen van de brandweerkazerne doen het ook!’ ‘Er zit een hond boven op de kerstboom op die slee,’ wees ik. ‘En die figuurtjes staan te zoenen, net als jij en je lief!’ Mijn meisje moest lachen. Ze liep van het ene raam naar het andere, om het dorp van alle kanten te bekijken. Ze nam er de tijd voor.
‘Zullen we zo weer verder gaan?’ hoorde ik mezelf op een zeker moment vragen, ook al had ik me nog zo voorgenomen dat niet te doen. ‘Bijna,’ antwoordde ze zonder haar blik los te maken van al het moois.
Nu zijn we weer onderweg en vrolijk loopt, huppelt, nee, danst mijn meisje voor me uit. Ze maakt bewegingen die ze ongetwijfeld op streetjazz heeft geleerd en heeft de grootste lol. Als ze ziet dat ik het ook leuk vind, doet ze nog gekker.
‘Nee, ik hoef niet heel stoer te zijn,’ herhaalt ze dan. ‘Op dansles ben ik dat ook niet, maar dat geeft niet.’ Het is mooi om haar zo hardop te horen nadenken over haar positie in de verschillende groepen waar ze bij hoort. Steeds groter wordt ze, en steeds onafhankelijker en zelfbewuster, maar ondertussen is ze nog steeds mijn kleine meisje.
Wanneer we thuiskomen, blijkt dat haar zus alweer terug is. Enthousiast vertelt ze haar over het kerstdorp dat we gezien hebben, maar ze vindt geen gehoor. Dan kijkt ze mij hoopvol aan: ‘We gaan binnenkort toch wel weer samen kijken?’ Ik kan niet anders dan glimlachend bevestigen. Ik wil nog zó vaak met mijn stoere meisje op pad.


En ik kan niet anders dan glimlachen na het lezen hiervan..
LikeGeliked door 1 persoon
Mooi dit blog ❤️
LikeGeliked door 1 persoon