Schoencadeautje

Het is zondagmorgen en nog hartstikke vroeg als ik voetstappen hoor op de trap. Mijn jongste dochter. Slaperig kijk ik op de wekker. Het is nog niet eens zeven uur. Even vraag ik me af waarom ze nu al op is. Dan herinner ik me ineens dat ze me gisteravond gevraagd, nee, gesommeerd had om óók mijn schoen te zetten. Glimlachend draai ik me nog eens om.

Hoewel de meiden al lang niet meer in Sinterklaas geloven, zitten ze iedere avond aan de buis gekluisterd voor het Sinterklaasjournaal. De intocht hier in de stad sloegen ze gisteren over, maar de landelijke, op televisie, wilden ze niet missen. Van tevoren gingen we naar de supermarkt. ‘Stel je voor dat ze Sinterklaaskoekvormpjes hebben,’ vroegen de meiden zich af. ‘Wil je die dan voor ons kopen? Of mogen we dat anders zelf doen?’

Even later kneedden ze deeg en legden dat te rusten in de koelkast. Vervolgens zagen we samen hoe de stoomboot dankzij de hulp van een zeehond toch op tijd op Texel aankwam en daarna bakten ze Sinterklaaskoekjes. Heel veel Sinterklaaskoekjes, die natuurlijk ook moesten worden voorzien van glazuur en chocolade.

Aan het eind van de dag, toen ik de jongste naar bed bracht, herinnerde ze zich ineens dat ze haar schoen nog mocht zetten. Of er ook een wortel in moest? vroeg ze met een veelbetekenende blik naar mij. ‘Ik heb een beter idee,’ zei haar zus. ‘We doen geen wortel in de schoen, maar leggen er een koekje naast. Dat vindt Sinterklaas vast nog veel lekkerder.’

‘Jij moet ook je schoen zetten, mam,’ merkte de jongste op. ‘En je moet ook een Sinterklaasliedje zingen.’ Licht ongemakkelijk zette ik in: ‘Sinteklaas riid op syn hynder…’ De meiden keken me met grote ogen aan. ‘Een Fries liedje! Dat willen wij ook leren!’

Voor ik zelf naar bed ging strooide ik kruidnoten en stopte ik kleine cadeautjes in hun schoenen. Het zelfgebakken koekje at ik op, zoals het een goede Sint betaamt. Daarna ging ik ook naar boven.

Wanneer ik voor de tweede keer wakker word, herinner ik me direct de schoenen bij de verwarming. Vol verwachting ga ik de trap af, niet alleen benieuwd naar de reactie van de meiden, maar ook naar de inhoud van mijn eigen sneaker.

Mijn dochters liggen met hun schermpjes op de bank, ze hebben natuurlijk al lang gezien dat er wat in de schoenen zit. Met zijn drieën gaan we kijken wat we gekregen hebben. De opgetogen blik van de jongste ontgaat me niet. In mijn schoen ligt een gevulde chocolademuis, erbovenop een klein gevouwen doosje. Er steekt een briefje uit, dat ik als eerste openmaak. Een mooi cadeau voor jou maakt de lucht blauw, staat er in sierlijke letters op. Een stoomboot en hartjes eromheen. Dan kijk ik in het doosje, waar een stukje chocolade ligt.

Mijn jongste meisje weet intussen niet waar ze kijken moet. Ze wil niets missen van mijn reactie op haar cadeautje, maar is ook erg benieuwd naar wat er in haar eigen schoen zit. Ik bedank haar met een knuffel en een kus op de wang van haar stralende gezicht. Als deze ochtend al zo fijn is, moet het over een paar weken met pakjesavond zéker goed komen.

Eén reactie

Geef een reactie op José Muylaert Reactie annuleren