Beet!

Snel fiets ik over de weg langs de rivier, naar mijn dochter en haar klasgenootje. Mijn ene hand rust op het stuur, in de andere heb ik een hooivork. Ik sla rechtsaf, de aflopende kade op, maar bedenk me dan dat ik zo natuurlijk niet goed kan remmen. Om te voorkomen dat ik het water in schiet, zet ik vlug mijn beide voeten op de grond. Een onhandige actie, want één van de punten van de hooivork prikt dwars door mijn spijkerbroek in mijn been.

Amper tien minuten geleden belde mijn jongste meisje me op. Het was een videogesprek, de tranen stonden zowat in haar ogen. Met trillende stem vertelde ze dat de magneet van haar nieuwe magneetvisset vast zat aan een stuk metaal bij de kade. Zij en haar klasgenootje kregen hem met geen mogelijkheid los. Of ik alsjeblieft wilde komen helpen?

Vorige week kreeg ze de set voor haar verjaardag. Gisteren hebben we de magneet aan het touw bevestigd en hebben we voor het eerst in de gracht gevist. Verder dan bierdopjes, schroeven en een sleutelhanger kwamen we niet, maar het was een mooi begin. Vandaag probeert mijn meisje het opnieuw en heeft ze meteen de kademuur gevangen.

Hier ben ik dus, gewapend met een hooivork en mijn allersterkste spierballen. Ik wrik en trek, terwijl zij het touw dat aan de magneet zit strak gespannen houdt, maar ik krijg er geen beweging in. Wel in de steel van de hooivork, die buigt verrassend ver door, maar daar is het ons nu niet om te doen.

We proberen het opnieuw. Nog eens en nog eens, allemaal tevergeefs. Ook de voorbijgangers die meekijken en die we om hulp vragen krijgen het niet voor elkaar. Mijn dochter biedt haar excuses al aan. ‘Ik vind het zielig voor jou en voor papa,’ zegt ze. ‘Jullie hebben de set nog maar net voor me gekocht en nu ben ik hem misschien al kwijt.’ De schat.

Ik stuur appjes naar haar vader en naar mijn lief, vraag of zij misschien goede ideeën hebben. Heel even zet ik zelfs een hulpvraag op sociale media, maar die verwijder ik al gauw weer. Mijn lief is de eerste die reageert. Hij zal straks zijn koevoet meenemen en wil daarmee nog wel een poging wagen, zegt hij. Verkleumd fietsen we weer naar huis, onze hoop gevestigd op het begin van de avond.

Het is al hartstikke donker als mijn lief me belt. ‘Het lukt me niet in mijn eentje,’ zegt hij. ‘Kun je komen helpen?’ Een paar minuten later liggen we op onze knieën op de kade. Hij heeft een felle lamp op zijn hoofd en een koevoet in zijn handen. Ik trek intussen uit alle macht aan het touw dat aan de magneet zit. De hooivork ligt werkeloos naast ons op de grond.

Eerst gebeurt er helemaal niets. Mijn lief doet echt zijn best, ligt soms dichter bij de rivier dan ik leuk vind, maar de magneet komt niet van zijn plaats. En dan toch. Een paar millimeter slechts, maar het lijkt een begin. Hij blijft wrikken, trekken en duwen terwijl ik het touw op spanning houd.

Heel langzaam schuift de magneet op, millimeter voor millimeter. Stukje bij beetje kruipt hij opzij, tot hij met een luide kloenk losschiet van de kade en zich vastzet op de oranje koevoet. Mijn lief haalt hem binnen en veegt het zweet van zijn voorhoofd.

Opgelucht leggen we de koevoet, de hooivork en natuurlijk de magneet achter in de auto. Het is mooi dat mijn meisje zo enthousiast is over haar nieuwe set, maar een iets kleinere vangst is de volgende keer wel groot genoeg.

Eén reactie

  1. Oké, ik kan me goed voorstellen, dat het op het moment zelf bepaald niet leuk was, maar om het in deze versie terug te lezen, zet toch wel aan tot gegrinnik hier.

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie