Lef

Met mijn linkerhand op de koppeling, mijn rechtervoet op de rem en mijn blik ver naar voren gericht rijd ik voorzichtig de dijk af, dwars door het gras naar beneden. Daar staat de trainer me met een stralende blik op te wachten. Hij is bijna net zo trots als ik. Want natuurlijk was ik de dag begonnen met de woorden: ‘Met mijn motor van een dijk af rijden? Echt niet!’

De voortgezette rijopleiding blijkt vooral een motordoedag: heel veel uitproberen, steeds een stapje verder en zo je grenzen verleggen. Mijn lief, die jaren geleden al VRO1 en VRO2 gevolgd heeft, heeft lang zijn best moeten doen om mij ook zo ver te krijgen. Ik liet me tegenhouden door begrippen als ‘nieuw’, ‘onbekend’ en ‘spannend’, maar nu ben ik er dus toch. En het is leuk!

Toen ik ’s ochtends aan kwam rijden en alle pylonen zag staan, kreeg ik het wat benauwd. De figuren leken bijzonder veel op die van de bijzondere verrichtingen en daar heb ik tijdens mijn motorrijlessen behoorlijk mee geworsteld. Gelukkig begonnen we rustig met koffie en een voorstelrondje. Naast mij waren er nog twee andere deelnemers, dus was de groep in ieder geval klein en overzichtelijk.

Daarna gingen we naar buiten, waar we meteen een restrictie kregen: ‘Op dit terrein mag je de voorrem niet gebruiken.’ Oké, alles met de voetrem, dus. Even wennen, maar het zou vast kunnen. De oefeningen werden langzaamaan in moeilijkheidsgraad opgebouwd. Eerst reden we verschillende slaloms, daarna een achtje, vervolgens een bloemetje. Dat ging allemaal nog.

Toen de trainer de laatste oefening uitlegde, kneep ik hem toch een beetje. We moesten het uiteinde van een touw van een pylon pakken, rechtsom om een aantal pylonen heen rijden en dan het touw weer terugleggen. Mijn rechterhand loslaten, dacht ik. Een touwtje pakken. Ja ja. Laat maar.

Maar ja, als je ziet dat de instructeur het kan, dat de andere deelnemers het proberen en het er verrassend goed van af brengen, wil je natuurlijk niet achter blijven. Dus reed ik rondjes. Eerst met beide handen aan het stuur, toen met een hand op mijn been, daarna met mijn arm gestrekt en uiteindelijk toch met het touwtje. Alles met mijn tanden op mijn onderlip van inspanning, maar vooral met een grote glimlach toen het lukte. Yes!

Na de lunch gingen we de we de weg op. Natuurlijk kwamen de bochten aan de orde, de ideale lijnen en de kijktechniek. Ik vond het heerlijk en voelde mijn zelfvertrouwen met de minuut toenemen. Toegegeven: bij de eerste dijkafdalingen, het grind en het zand nam dat vertrouwen direct weer af, maar ik bleek meer te durven en te kunnen dan ik vooraf had gedacht.

‘Zien jullie die dijk?’ vroeg de instructeur. ‘Slecht wegdek. Echt slecht, daar moet je goed op letten. En nog op een paar andere dingen, want als jullie straks aan het einde zijn, wil ik vier dingen van je weten: welk huisnummer er hoort bij de tweede boerderij rechts, ten minste één familienaam die je onderweg tegenkomt, welke exotische dieren hier gehouden worden en hoe vaak je hebt geremd.’ Hij keek ons een voor een aan. ‘En niet te rustig rijden, hè?’

Het was geweldig. De oefeningen, het onderlinge contact, de complimentjes en mijn toenemende lef. Want hé, hier sta ik nu toch met mijn motor onderaan een dijk. Trots rijd ik met de anderen verder. De route voert weer terug naar het terrein waar we de dag begonnen zijn en ik vind het jammer dat de training er al op zit. Het is leuk, ik wil meer!

Dat krijg ik, want de instructeur heeft een verrassing voor ons: ‘We gaan nog even wat motorgymnastiek doen,’ zegt hij. Rustig rijdt hij in een rechte lijn, terwijl hij eerst zijn ene, dan zijn andere hand uitsteekt. Dat is nog makkelijk na te doen. Dan legt hij eerst zijn ene, dan zijn andere been op het zadel. Beide benen. Een been óver het zadel, zodat beide benen aan één kant van de motor hangen. Even twijfel ik – dit kan toch niet? – dan volg ik toch het voorbeeld. Bijna alles durf ik, ik sta zelfs met mijn voeten op het zadel terwijl ik langzaam vooruit rijd. Mijn benen strekken durf ik niet, het blijft een half gehurkte positie, maar toch, ik stá!

Bij de afsluitende koffie kijken we allemaal enthousiast terug op de dag. Wat hebben we in korte tijd veel gedaan, geoefend en geleerd. En vooral: gedurfd. Ik zie mijn eigen grenzen niet altijd liggen, maar vandaag heb ik ze verlegd, dat weet ik zeker. En het voelt fantastisch.

Plaats een reactie