De zoveelste keer

Het meisje bij de servicebalie kijkt op als ik de bouwmarkt binnenloop. ‘Goedemiddag,’ groet ze vrolijk. ‘Doen ze het weer niet?’ vraagt ze daarna. Dat ik haar herken is niet zo vreemd, zij werkt hier immers. Dat zij ook weet wie ik ben, betekent wel dat ik hier echt te vaak kom.

Toen de jongen die onlangs mijn nieuwe badkamer plaatste ook bereid bleek de lichtknopjes in de woonkamer te vervangen door dimmers, maakte ik daar graag gebruik van. Al gauw daarna kwam ik erachter dat de armatuur boven de eettafel niet geschikt was voor dimbare lampjes. Hoe vaak ik ook naar de bouwmarkt ging en welke ik ook probeerde, het bleef donker boven de tafel.

Eigenlijk was ik al lang toe aan een nieuwe lamp, maar ik kon nooit iets moois vinden. In de afgelopen jaren was ik lampenzaken, woonwinkels en bouwmarkten afgestruind, maar de lampenmode bood niets naar mijn smaak. Internet had ik vermeden, daar is het aanbod zó groot. Nu kon ik er echter niet meer onderuit. En zowaar: ik vond twee mooie, grote lampenkappen. Bestellen!

Gistermiddag werden ze bezorgd. Meteen haalde ik peertjes bij de bouwmarkt en gisteravond waren mijn vriend en zijn gereedschapskist er al om ze op te hangen. Dit ging wel erg voortvarend!

Zo makkelijk als het leek, ging het natuurlijk niet. Al gauw kwamen we erachter dat we te weinig stroomkabel hadden, dus moesten we weer naar de bouwmarkt. Daarna bleek het plafond zó hard, dat de eerste boor afbrak. De tweede bleef erin steken. Met een derde en een vierde lukte het gelukkig toch twee gaten te boren.

Toen kwam het gepruts met kabeltjes, draadjes en kroonsteentjes. Ik heb natuurkunde al na de derde klas laten vallen en had dus geen idee, maar mijn lief wist genoeg van stroomkringen en blauw en bruin om alles te regelen.

Drie en een half uur nadat we begonnen waren, was het dan zover: de lampen hingen! Ik draaide de peertjes erin, zette de stroom er weer op en draaide de dimmer vol verwachting open. Niets. Er gebeurde helemaal niets.

En dus ging ik vanmorgen wéér naar de bouwmarkt, waar ik vriendelijk werd begroet door de blonde medewerkster. Ik bracht de lampjes terug en zocht nieuwe uit, die het ook niet bleken te doen. Daarom ben ik er nu opnieuw.

‘Wat vervelend,’ zegt het meisje vol medeleven. Ze loopt mee naar de afdeling en kijkt met me naar de rijen peertjes die in doosjes opgesteld staan. ‘Zúlke doen het in ieder geval niet,’ wijs ik haar aan, ‘dus heb ik me nu voorgenomen van díe soort te proberen.’ ‘Tja,’ aarzelt ze. ‘De kleur zou natuurlijk geen verschil mogen maken, maar misschien heb je gelijk.’

Samen lopen we naar de kassa. Het is halfzes. ‘Jullie zijn toch nog een halfuur open? Als het nodig is, kom ik straks weer terug,’ kondig ik bij het afrekenen aan. ‘Maar ik hoop dat ik je nú alvast een fijn weekend kan wensen.’ Met goede moed loop ik naar de auto. Voor de zoveelste keer.

4 reacties

Geef een reactie op Deborah Hamar Reactie annuleren