Vanavond is het zover: de dochter van mijn lief mag met haar klasgenoten de eindmusical opvoeren. Al weken oefent ze haar teksten en repeteert ze haar dansjes; ik heb al een paar kleine previews gehad. Het doet me terugdenken aan de musical van haar broer, vorig jaar, en aan de eindfilm van mijn oudste dochter het jaar dáárvoor. Een deel van mijn herinneringen gaat echter nog veel verder terug, want in 1995 stond ik zélf op het podium.
Toegegeven: mijn eigen eindmusical was niet mijn eerste musical. Onze basisschool was zo klein en had zo weinig leerlingen, dat mijn groepsgenoten en ik al vanaf groep 5 bij de musical betrokken waren. In dat eerste jaar fungeerden we als extra koorleden, vanaf groep 6 kregen we ook steeds grotere rollen in het stuk.
Toch is maar één musical me echt bijgebleven en dat is die van mijn laatste jaar. Toen voerden we De Polykroon van Idem Dito op. ‘We’: de zeven leerlingen van groep 8 en de kinderen uit de groepen die na ons kwamen. Ver voor de datum van de opvoering werden de rollen verdeeld en kregen we boekjes mee naar huis om de teksten en de liedjes te leren. Mijn beste vriendin had de hoofdrol gekregen, ik speelde bijfiguren. We maakten decorstukken en oefenden ons spel. Of we ook dansten, weet ik niet meer. Als het zo was, was het in ieder geval stukken minder uitbundig en vrij dan ik de dochter van mijn lief nu zie doen.
Waar onze musical precies over ging is me tot vandaag nooit helemaal duidelijk geworden. Ongetwijfeld zal onze leraar de inhoud met ons besproken hebben, maar druk als ik was met het onthouden van de tekst en het oefenen van het spel, is die totaal aan me voorbij gegaan. Googelen leert me dat het stuk draait om thema’s als gelijkheid en diversiteit, thema’s die nog steeds actueel zijn.
Goed luisteren naar de tekst van de liedjes die ik heb onthouden helpt trouwens ook: ‘Waren mensen maar wat eender, allemaal gelijk / waren alle mensen maar vrolijk, vrij en rijk’. Toch begrijp ik wel dat ik er niet veel van snapte. Vraag een kind nu wat ‘eender’ betekent – waarschijnlijk krijg je precies dezelfde vragende blik als die ik toen gegeven zou hebben.
Ondanks dat ik de boodschap van de musical volledig miste, is er wel veel blijven hangen. Zo weet ik nog goed hoe leuk-spannend het was om in de grote zaal van onze school op het podium te staan, terwijl alle ouders in het publiek zaten. Ik moest zelfs een stukje solo zingen: ‘En toen ik groter werd leek ik weer op een tante / mijn tante Nel uit Amsterdam / En steeds als ik iets lelijks zeg / dan roept mijn vader: “Waar heeft ze ’t van?”‘ Ongetwijfeld zong ik vals. Er zaten enkele lastige noten in die paar regels en ik kon toch al niet zuiver zingen – nog steeds niet – maar vooruit, ik dééd het wel.
Het is bijzonder, zo’n eindmusical, zelfs als je er vier keer aan mee mag doen. Je zet iets neer, je sluit iets af. Na de zomervakantie ga je allemaal je eigen weg. Sommige klasgenoten zul je nog tegenkomen in het voortgezet onderwijs, andere zul je nauwelijks meer zien of spreken. Maar dit doe je eerst nog, sámen.
En met die gedachte ga ik vanavond kijken en luisteren naar de dochter van mijn lief. Volgend jaar is mijn jongste meisje aan de beurt. Zij houdt er niet zo van om in de schijnwerpers te staan, toch ben ik nu al benieuwd hoe ze dan zal stralen. Maar eerst vanavond. Ik gun het meisje en haar klasgenoten een prachtige afsluitende avond. En aan het eind natuurlijk een overweldigend slotapplaus.
