‘Ben je van de beveiliging?’ vraagt de man die naar me toe komt wanneer ik het terrein op rijd. ‘Nee,’ antwoord ik. ‘Ik ben de stadsdichter.’ Dat dit niet het antwoord is waar hij op gerekend had, is niet moeilijk van zijn gezicht af te lezen. Toch herpakt hij zich snel: ‘Je mag je motor daar wel langs het hekje rijden en aan de zijkant parkeren. Daar komen de andere motoren straks ook te staan.’
De andere motoren. Dat zijn er vandaag zo’n tweehonderdvijftig. Ik sta te kijken als ze aan komen rijden. Ik wist dat het mooi zou zijn, maar niet dat de tranen me ervan in de ogen zouden springen. Terwijl mannenkoor Recht Deur Zee Nederlandstalige meezingers ten gehore brengt, rijden de motoren, zijspannen en trikes in een lange stoet het feestterrein op. Alle passagiers stralen van oor tot oor, zowel voor- als achterop.
Vandaag is de Mooiste Dag, een speciale feestdag voor mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. Ik wist van het bestaan ervan, in deze stad kun je er bijna niet omheen, maar was er nog nooit bij geweest. Tot vandaag, want als stadsdichter mag ik een bijdrage leveren.
Bij de opening van de middag kondigt de presentator, de Bosburgemeester, me aan en draag ik het gedicht voor dat ik voor deze dag heb geschreven. Na het applaus zit mijn taak erop en begint het mooiste: genieten van het feest. Volkszanger Stef Ekkel zet in en meteen klimmen er mensen op het podium om met hem te knuffelen, te zingen en te dansen. Het is heerlijk om al die vrolijke gezichten te zien.
Achter in de tent kun je niet alleen drinken krijgen, maar ook schilderen of je laten schminken. Een jongen komt trots naar me toe om zijn kunstwerk te laten zien, een vrouw met een groen geverfd gezicht vertelt met een geheimzinnige glimlach dat ze een heks is en misschien wel écht kan toveren. Grijnzend geven we elkaar een boks.
Er wordt goed voor iedereen gezorgd: buiten staan foodtrucks met onder meer patat, hamburgers en ijsjes. Motorrijders, deelnemers en begeleiders zitten en staan gemoedelijk in de zon te eten en te kletsen. Af en toe kom ik een kennis tegen, soms spreek ik een onbekende aan. De vraag ‘Heb je al vaker meegereden?’ levert vaak de mooiste verhalen op.
Ook wanneer ik een rondje langs de motoren maak is het niet moeilijk contact te leggen. Eigenaren vertellen graag over hun voertuigen, ik word blij van al het enthousiasme. Dat geldt eveneens als ik de tent weer in loop. De Molenbroeders staan nu op het podium en voor de vijfde keer deze middag hoor ik het nummer ‘Engelbewaarder’ voorbij komen. De deelnemers storen zich niet aan die herhaling, juist niet, want ook deze keer zingen ze uit volle borst mee.
Na het optreden kondigt de Bosburgemeester aan dat het feest erop zit en dat het tijd is de motoren weer op te zoeken. Nu blijf ik niet kijken, heb ik al bedacht, maar rijd ik in de optocht mee terug naar de stad. Dat blijkt een fantastisch besluit, want het is een heerlijke rit. Hoe dichter we bij huis komen, hoe meer mensen er langs de kant staan. Met vochtige ogen stuur ik mijn motor van de stadsbrug de kade op. Er wordt getoeterd, gelachen en gezwaaid. Het is prachtig.
De Mooiste Dag is écht mooi, mooier nog dan ik had verwacht. Ik ben ontzettend blij dat ik erbij mocht zijn. Volgend jaar is nog ver weg, maar stiekem overweeg ik al om me op te geven als motorrijder. Deze dag maak ik graag nog eens mee.


Wat leuk ! Enne… gewoon doen, je opgeven, daar ga je vast geen spijt van krijgen 😉
LikeGeliked door 1 persoon