Het is rustig bij de steiger als ik daar aankom. Nog geen boot, ook geen andere passagiers. Het verbaast me niet echt, want ik ben erg vroeg. Ze zullen zo wel komen. Tevreden kijk ik uit over de Overijsselse Vecht. Een paar padvinders peddelen in hun kajaks voorbij. We zwaaien naar elkaar.
Natuurlijk heb ik de meiden wel meegevraagd. ‘Zullen we straks gaan varen?’ appte ik ze vanmorgen toen ze nog in bed lagen, begeleid door een enthousiasmerende beschrijving van de boottocht. We zouden het water op gaan op een replica van een Vechtzomp, zoals die van ongeveer 1700 tot 1930 op de Vecht en de Regge voeren. Er zouden ook een schipper en een gids meegaan, zodat we alles te weten zouden komen over de zomp zelf, de natuur, de historie van het Vechtdal en de rivier de Vecht.
‘Jullie mogen wel gaan,’ schreef de oudste terug, ‘maar ik blijf hier.’ De jongste was nog korter van stof: ‘Saai.’
Op vakantie is het altijd even zoeken naar de nieuwe modus. Mijn oudste dochter zou het liefst helemaal niet weggaan en thuis boeken lezen. Dat laatste doet ze nu volop op de camping. De jongste wil vriendinnetjes maken en zwemmen. Dat eerste is gelukt, voor het tweede zijn nog iets meer zon en warmte nodig. En ik? Ik wil graag dingen ondernemen. Wandelen en hardlopen in het bos, terrasjes pakken, samen eropuit gaan en dingen dóen.
We liggen dus niet bepaald op één lijn. Ik waag nog een halfslachtige poging om de meiden mee te krijgen de zomp op, maar de jongste is duidelijk. De boot is te groot, dus ongezellig. Bovendien duurt de vaart ruim anderhalf uur: veel te lang. En dan gaat er ook nog een gids mee… Súpersaai.
Even twijfel ik, dan hak ik de knoop door: ik ga in mijn eentje. Ik reserveer een plaats op de zomp, we schuiven aan tafel voor het ontbijt en daarna laat ik me door de meiden uitzwaaien; ze zijn oud genoeg om een paar uur alleen op de camping door te brengen.
Nu sta ik dus aan de Vecht. Aan deze kant van het water zie ik molen de Konijnenbelt, aan de andere kant ligt Ommen. Het ziet er vredig uit. Iets te vredig misschien, want er verschijnt nog steeds niets wat op een zomp lijkt. De andere opvarenden laten ook wel erg lang op zich wachten.
Voor de zekerheid pak ik de bevestigingsmail erbij. Ja, we vertrekken echt om 11:00 uur. Of zou dat slechts een richttijd zijn? vraag ik me nog af. Om te zorgen dat iedereen op tijd op de steiger staat? Maar zelfs dán mag je inmiddels toch wel mensen verwachten?
Ik haal mijn telefoon nogmaals uit mijn broekzak. Voor de tweede keer herlees ik de mail. Eindelijk valt het kwartje en schiet ik in de lach. Er is vandaag geen zomp. Geen schipper, geen gids en ook geen andere opvarenden.
Ik heb gereserveerd voor volgende week, voor als we al lang weer thuis zijn. Tot zover mijn poging iets te ondernemen. Misschien kan ik toch maar beter gaan lezen of zwemmen.

Volgende week dus weer terug ? Of plakken jullie er nu dan maar gewoon een weekje vakantie bij aan, om je uitje alsnog te realiseren ? 😉
LikeLike