Buiten in de zon is het te warm, maar in de airco van de supermarkt is het te koud. Bovendien erger ik me daar aan de andere mensen en aan de lawaaiige pling van de zelfscan. Ik lever mijn lege flessen in en dwaal verdwaasd door de winkel om de meest noodzakelijke boodschappen bij elkaar te scharrelen. Pas bij de kassa kom ik erachter dat ik vergeten ben de emballagebon uit de automaat te halen.
Al toen ik op de camping wakker werd, zat er een knoop in mijn maag. Die is in de loop van de dag alleen maar groter geworden. Het was onze laatste vakantiedag, om 10:00 uur moesten we de sleutel van het huisje inleveren. Voor het zover was moesten we ontbijten, al onze tassen inpakken en ze in de auto proppen.
Het is gelukt, maar vraag niet hoe. De meiden waren schatten, daar lag het niet aan. Ze zochten hun eigen kleding, boeken en knutselspullen bij elkaar en droegen alles zonder morren naar de parkeerplaats. Kennelijk voelden ze de situatie goed aan, want ze waren zo lief mij geen moeilijke vragen te stellen. Toch voelde ik de buikpijn alleen maar toenemen.
Ook op de terugweg waren ze gezellig, de oudste had zelfs een vakantieplaylist samengesteld. Dat we maar drie kwartier hoefden te rijden, deed er niet toe, het ging om het idee dat we allemaal inbreng hadden in de muziek die werd gespeeld. Op de automatische piloot reed ik naar huis, maar hoe dichter we bij onze woonplaats kwamen, hoe meer spanning ik voelde.
Toen ik de auto het pleintje voor huis op draaide, kon ik wel janken. De meiden brachten alle tassen naar binnen. Terwijl ik de wasmachine vulde, sjouwden zij spullen naar boven en zetten etenswaren in de koelkast, ik had me niet beter kunnen wensen.
Desondanks had ik onverminderd veel buikpijn. Ik heb moeite met overgangen en veranderingen, dat is niets nieuws, maar ik had niet verwacht dat thuiskomen van vakantie me zó’n knoop zou opleveren. Ik vind het stom, want we waren maar een week weg en van een cultuuromslag is bepaald geen sprake. Dan hoef ik er toch ook niet zo extreem op te reageren?
Ik reken de boodschappen af en rijd weer naar huis. Zonder muziek is het te stil, maar met te onrustig. Ik zet de radio uit en de ramen open en luister naar het klapperen van de wind.
Ik wil niet meer. Niet meer weggaan en niet meer thuiskomen. Dat is niet waar, want de vakantie was heel fijn, maar ik wil de verandering niet meer. Het doet me zo’n pijn en levert zoveel stress op, dat ik er gek van word. Ik ben overprikkeld, dat weet ik ook wel, maar ik weet niet wat ik eraan kan doen.
De meiden vermaken zich gelukkig goed; de oudste ligt te lezen en de jongste zit te knutselen. Ik heb nog genoeg op te ruimen, maar ik kan me nergens toe zetten. Mijn hoofd zit vol en mijn lijf loopt vast. Voorlopig blijf ik maar op mijn bankje in de schaduw zitten wachten tot de knoop is opgelost.

Armen om je heen, armen vol genegenheid, vol proberen me in te leven in jou. 🌿🤍🌿
LikeLike