Vannacht droomde ik dat ik voor de klas stond. Ik gaf les, maakte grapjes en nam toetsen af. Toen ik tussen mijn eigen lakens wakker schrok, was mijn lichaam klam en koud van het zweet.
Aan de ontbijttafel vertelde ik mijn meiden dat ik vandaag de vaststellingsovereenkomst moet ondertekenen. De laatste stap om mijn carrière in het onderwijs definitief te beëindigen. Het echte afscheid heb ik natuurlijk al lang gehad, eerst van de leerlingen, later van de collega’s. Ik verwachtte dat deze horde dus goed te nemen zou zijn, maar mijn droom gaf aan dat mijn onderbewuste er toch mee bezig was.
De meiden pakten het gelukkig luchtig op. ‘Als het zo belangrijk is,’ zeiden ze, ‘moet je het wel goed doen. Je kunt dus maar beter gekleurde pennen meenemen.’ Ik schoot in de lach. ‘En als je een écht mooie handtekening wilt zetten, moet je zorgen voor potlood en gum. Als het lijntje rond je vingers dan niet in één keer recht gaat, kun je het weer verbeteren.’
Nu is het tijd om te tekenen. Het voelt vreemd om de school binnen te wandelen, alsof ik hier al niet meer hoor. Een beetje onwennig loop ik naar het kantoor van mijn teamleider. Daar praten we wat, de geprinte vaststellingsovereenkomst zwijgend tussen ons in. Het valt mee. Van zwaarte, waar ik zo veel rekening mee gehouden had, is gelukkig geen sprake.
De directrice blijkt haar parafen en handtekeningen gisteren al te hebben gezet, ik ben de enige die vandaag nog wat moet doen. Zonder erbij na te denken herhaal ik de grap van de meiden, over de gekleurde pennen. Mijn teamleider lacht en gebaart naar zijn bureau, waar zowaar een doosje gekleurde fineliners ligt.
Desalniettemin pak ik de blauwe die balpen die klaarligt op het stapeltje papier. Ik begin met het plaatsen van de parafen, op elke pagina moet er één. Dan de naam van de stad, de datum en mijn handtekening. Kennelijk ben ik toch een beetje zenuwachtig, want ik zet hem in de verkeerde volgorde: eerst de krul, dan mijn achternaam. Het geeft niet, het resultaat is immers gelijk.
Even later wandel ik weer naar buiten, het plein op. De schoollaptop, de printpas en de lokaalsleutel die net nog in mijn rugzak zaten, zijn vervangen door een getekende vaststellingsovereenkomst. Het feitelijke gewicht op mijn schouders mag dan wel fors verminderd zijn, de bijbehorende opluchting blijft vooralsnog uit.
