400 kilometer verlangen

Vandaag reed ik ruim 400 kilometer. De dag leek goed te beginnen, want ik was wakker geworden in een klein hotel in het Luxemburgse Beaufort, vlak tegenover een kasteel. De uitbaatster liet me uitgebreid zien hoe de koffieautomaat werkte (‘Hier je kopje neerzetten en dan op díe knop drukken’) en terwijl ik buiten aan een tafeltje van mijn koffie nipte, zag ik een eekhoorn door de bomen klimmen.

Na het ontbijt laadde ik mijn spullen op de motor en reed kronkelroutes richting het noorden. Al gauw moest ik mijn plannen wijzigen, want er waren wegwerkzaamheden. Een deviation werd niet gegeven, maar gelukkig loste de TomTom dat probleem voor me op.

Onderweg dacht ik terug aan de afgelopen dagen. Met buikpijn van de spanning was ik vanaf huis richting Luik vertrokken, om de dag erop vanuit het nabij gelegen Seraing de route te rijden die zo mooi in een motortijdschrift beschreven stond. Vorig jaar, toen ik in mijn eentje op de motor naar Sauerland en de Eifel in Duitsland ging, had ik het ook spannend gevonden. Toen had ik een paar prachtige dagen gehad, dus hoopte ik dat het nu weer zo zou gaan.

Dat viel een beetje tegen. Toen ik in mijn Luikse hotel was aangekomen, zat de knoop nog steeds in mijn maag. Ik had mooi gereden, dat wel, maar ik was nog niet zo relaxed als ik wilde zijn. Ik dronk een lokaal gebrouwen tripel in de bar en ging naar bed. Morgen werd het vast beter.

Maar ook ’s ochtends was de spanning voelbaar. Ik facetimede met mijn lief en hij sprak me moed in, dus ging ik even later vol vertrouwen op pad. Aan de route lag het niet. Hij leidde me onder meer naar het kasteel bij Harzé, naar het mooie Durbuy, naar de indrukwekkende oorlogsbegraafplaats bij Hotton en langs de Ourthe naar het prachtige La Roche-en-Ardenne. Ik reed heerlijke bochten en boekte onder het genot van een alcoholvrij biertje een hotel in Libermont. In een restaurant in de buurt at ik een fantastische pizza en ik sloot de avond gezellig af met een biertje op het terras, samen met twee Belgische motorrijders. Ze vonden het wel stoer dat ik als vrouw in mijn eentje op pad was.

De volgende ochtend ontbeet ik met dezelfde mannen. Zij zouden vandaag weer teruggaan naar huis, ik had besloten van de route af te wijken en door te rijden naar Luxemburg. Hoewel ik best goed opgestaan was, gooide ik terug op mijn kamer het ontbijt er weer uit. Voor de zoveelste keer facetimede ik mijn lief, opnieuw liet hij me weten dat alles goed zou komen.

En dus stapte ik weer op voor nieuwe heuvels, bochtjes en avonturen. Bij Martelange pauzeerde ik om wat te eten en om, nu ik er toch was, de trappen naar het uitzichtpunt te beklimmen. Eenmaal boven stroomde het zweet me van het lijf, met een motorpak aan in de volle zon zo’n eind klauteren was misschien toch wel veel van het goede.

Hoewel het ook in Luxemburg prachtig rijden was – mooie wegen, fijne bochten en uitzichten op prachtige kastelen – kwam ik er niet lekker in. Bij Esch-sur-Sûre stopte ik om een hotel te reserveren en via Larochette reed ik naar Beaufort. Ik was moe. Na een korte wandeling en nog maar een telefoontje met mijn lief kroop ik vroeg onder de lakens.

Vanmorgen ben ik dus weer vertrokken. In mijn bagage zaten genoeg kleren voor nog een paar dagen, maar mijn besluit stond vast: ik wilde naar huis. De buikpijn bleef, ik had al meerdere keren bij mijn lief uitgehuild en hoewel ik het geregeld echt naar mijn zin had, was ik er klaar mee. Dit was niet het vakantiegevoel waarop ik had gehoopt.

En dus reed ik snelwegen vermijdend naar het noorden. In Diekirch overwoog ik nog even te pauzeren, omdat ik mooie herinneringen aan die plaats heb, maar thuis riep, dus reed ik door. Via allerlei dorpjes slingerde ik over de weg, de grens over naar België. In Eupen vertelde een scherm me dat het 35 graden was. Dat leek me wat overdreven. Die temperatuur was vast gemeten in de zon, uit de wind. Maar toch… Ik reed óók uit de zon, in de wind en ik had het inderdaad behoorlijk warm.

Bij de Amerikaanse oorlogsbegraafplaats Henri-Chapelle stopte ik nog even. Bij de motor praatte ik met een man die lid bleek van de Maastrichtse Motor Club. Hij vertelde enthousiast over zijn ritten en ik deed maar met hem mee, had geen zin om te vertellen hoe graag ik thuis wilde zijn.

Nog een poosje kronkelde ik door, maar daarna paste ik de route toch aan: snelste weg naar huis. Natuurlijk was de snelweg saai, maar het schoot wel lekker op. Nu kon ik de kilometers aftellen! Tussen Arnhem en Apeldoorn was de A50 afgesloten. Mijn omleidingsroute leidde over de Hoge Veluwe. Die was anders mooi dan de Belgische en Luxemburgse bossen en heuvels, maar zeker de moeite waard. Alleen nu even niet.

Hoe dichter ik bij huis kwam, hoe minder er van mijn buikpijn overbleef. Ik reed weer over vertrouwde wegen, draaide zelfs met plezier over bekende rotondes en parkeerde met een grote glimlach de motor achter huis. Ik had zeker goede momenten gehad de afgelopen dagen, maar ik had er nog nooit zo naar uitgekeken weer thuis te zijn. Ruim 400 kilometer verlangen. Ik had het gehaald.

Eén reactie

Plaats een reactie