Romantiek

‘Voor vanavond maak ik een lekkere ovenschotel!’ beloofde ik mijn man enthousiast toen we wegreden van het huis van mijn ouders. We hadden de meiden net weggebracht, ze mogen een weekend bij hun pake en beppe logeren, en ik keek uit naar drie heerlijke, vrije dagen.

Ik zag hem zo voor me, die ovenschotel van knapperig bladerdeeg, gevuld met een mengsel van kipfilet, spinazie, champignons, pijnboompitten en tomaat. Het water liep me al in de mond bij het beeld en de geur die ik er ook al bij rook, maar meer nog verheugde ik me op het idee de schotel sámen op te eten. Aan tafel, met een kaarsje erbij, en zonder opmerkingen of geklaag van de meiden die mijn eten zo vaak niet lusten.

Ik varieer en probeer steeds wat lekkers te maken, maar het valt bijna nooit in de smaak. Dat leidt af en toe tot bijdehante acties van de meiden om onder het diner uit te komen. De jongste vroeg het laatst nog letterlijk aan de buurvrouw: ‘Mag ik bij jullie eten? Want ik weet bijna zeker dat mama toch weer iets maakt dat ik vies vind.’

Met zijn tweeën eten, lekker rustig aan – het komt vrijwel niet meer voor. Aan het eind van een school- of werkdag zijn we alle vier moe en omdat de meiden meestal rond zeven uur naar bed gaan, staat het eten vaak al tussen vijf en zes uur op tafel. Vanavond hoeven we echter met niemand rekening te houden. We kunnen een wijntje drinken, een spelletje spelen en ergens tussen zeven en acht uur de schotel uit de oven trekken.

Mijn man draaide zijn hoofd echter langzaam van de weg naar mij. ‘Een ovenschotel?’ vroeg hij met grote ogen. ‘Wilde je gaan kóken? Ik dacht er juist aan om op de terugweg Chinees te halen – lekker makkelijk. Kaarsje erbij, Netflix aan… Heerlijk!’

Chinees

Je kunt zeggen dat we allebei in zekere mate tot romantiek in staat zijn, aangezien we beiden een diner bij kaarslicht voor ogen hebben. Veel verder dan dat komen we vanavond duidelijk niet.

‘Maar als we rechtstreeks langs de Chinees rijden, zitten we al om kwart over vijf te eten!’ protesteerde ik nog. ‘Nou én?’ vroeg mijn man. ‘Dan hebben we tenminste een lekker lange avond te gaan.’

Toen speelde hij zijn laatste troef: ‘Als de meiden er zijn, eten we nooit Chinees.’ Hij heeft een punt. Op kroepoek en patat na, raken de meiden niets aan van wat er in om het even welk Chinees-Indisch restaurant gekookt wordt. Zelfs de patat die daar vandaan komt, vinden ze meestal te slap en ik kan ze geen ongelijk geven. De Chinees kookt beslist nog veel slechter dan ik.

BamiVan een ovenschotel zouden de meisjes misschien nog wat bladerdeegkorstjes proberen, dus vandaag won mijn man. Ik belde vanuit de auto om een tweepersoonsmenu met bami (zijn voorkeur) én nasi (de mijne) te bestellen en nu zitten we dus samen op de bank met babi pangang, een kaarsje en Netflix. Romantisch, hoor.

Morgen moeten we lunchen met opgewarmde restjes uit de magnetron. Een tweepersoonsmenu van de Chinees is immers nooit voor twee personen, maar bevat genoeg voor een hele familie. Ik verheug me er nu al op, romantiek in het kwadraat.

2 reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s