Kamperen

Ik houd mijn jongste dochter stevig vast terwijl zij met al haar kracht om zich heen probeert te schoppen en te slaan. Ze spartelt en huilt van woede en onmacht en het lukt me niet om haar ook maar enigszins te kalmeren. In de kamer naast ons hoor ik haar zus eveneens onbedaarlijk snikken.

Mijn man was de eerste om toe te geven dat hij nooit toestemming had moeten geven. Maar ik ken onze meiden ook: zij kunnen zó lief spelen en zó opgaan in hun activiteiten, dat je je te makkelijk laat ompraten. Op je eerste afwijzing volgt een ‘Toeee?’, op de tweede een ‘Alsjeblieft?’ en op de derde steevast ‘We beloven dat we geen ruzie zullen maken!’ Je kijkt in hun smekende hondenogen en gaat overstag, hoewel je wéét dat het mis zal gaan. ‘Vooruit dan maar.’

Wat wil je ook? Het is meivakantie, maar door corona zijn we nog steeds aan huis gekluisterd. Niet dat we grootse plannen hadden, maar nu ook dagjes pretpark of museumbezoeken er niet in zitten, moeten we andere dingen verzinnen. Een tent in de achtertuin, bijvoorbeeld. Luchtbedden erin, slaapzakken erbij en als toetje stápels knuffels en speelgoed; het is net echt.

De meiden speelden dan ook fantastisch samen. De poppen kregen een eigen plekje in de tent. Lampjes en wekkers gingen mee. Leesboekjes. Kussens. Pyjama’s. En de onvermijdelijke vraag volgde: ‘Pap? Mogen we vannacht in de tent slapen?’

Ja is ja en nee is nee, beloofd is beloofd en belofte maakt schuld. We deden er alles aan om de kinderen uit te leggen dat het idéé van kamperen heel leuk is, maar dat het in april ’s nachts wel koud is. Dat het erg donker is. Dat je gekke of onbekende geluiden kunt horen. Dat het samen in de tent best spannend is. Dat vijf en zeven jaar best jong is om alleen buiten te slapen. Ze waren niet te vermurwen. De belofte was gemaakt, zij zouden kamperen.

Nadat ik de meisjes had voorgelezen, trokken mijn man en ik ons terug in de woonkamer. Eigenlijk zaten we best lekker, samen op de bank. We keken naar een serie op Netflix en luisterden door het open raam naar het gekeuvel en geklets van de meiden in de tuin. Het enige nadeel was die latente dreiging. Want hoe leuk het nu ook nog was, vroeg of laat zou het mis gaan.

Nu is het dus zover. De meiden zijn allebei doodop, want het was een fantastische dag en het is al hartstikke laat. De spanningen in de tent liepen langzaamaan zo hoog op, dat daar blijven onmogelijk was. Snikkend kwamen ze naar ons toe, want zíj was vervelend en zíj deed flauw en…

Op hun eigen slaapkamers willen ze echter ook niet zijn, en zéker niet in hun eigen bedden. En dus huilen ze en schreeuwen ze. Ze schoppen en ze slaan. Gesprekken kunnen we nu niet meer voeren, een beroep doen op verstand of redelijkheid is uitgesloten. We moeten de meiden eerst uit laten razen, dan voorzichtig tot rust laten komen en hopen dat de slaap het uiteindelijk overneemt van de machteloze woede en het oneindige verdriet. Dat kamperen komt later wel, maar voorlopig even niet.

4 reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s