Verveling

Vanmorgen stond er een piemel op het tuinpad achter huis. Het was geen exorbitant groot exemplaar, maar toch een ferm geval met een paar stevige ballen eronder. Het drupje erboven liet weinig aan de verbeelding over.

Eigenlijk wilde ik gaan motorrijden. Na een paar grijze dagen zou het vandaag zonnig worden en ik keek ernaar uit op pad te gaan. De vriendin die ik had meegevraagd, had echter al andere plannen. Geen ramp, want alleen rijden kan ook lekker zijn.

Van de potentiële rit schoten mijn gedachten echter al gauw naar de hogedrukreiniger in de schuur. Die stond daar al een poosje te wachten tot hij gebruikt zou worden, omdat de tegels van mijn tuinpad zo groen en glad zijn. En juist als ik na het rijden weer terugkom, is dat bijzonder vervelend.

Ondanks het mooie weer stelde ik de motorrit uit tot het einde van de middag. Ik hees me in regenpak en laarzen om het pad met de hogedrukreiniger te lijf te gaan.

Het is zulk geestdodend werk dat ik me verveel vanaf het moment dat ik het in pistool knijp en het water begint te stromen. Zoals het een echte moeder betaamt zeg ik geregeld tegen mijn dochters dat verveling niet erg is, dat het juist goed is voor je lijf en je hoofd, maar eigenlijk hebben de meiden geen benul van verveling. Ze hebben immers nog nooit met een hogedrukspuit in de tuin gestaan.

Gedachteloos tekende ik de tegels een voor een schoon. Van sommige liet de groene aanslag zich makkelijk verwijderen, bij andere moest ik echt mijn best doen. Tegel voor tegel voor tegel. Het resultaat mocht er zijn, ik had echt eer van mijn werk, maar het gevoel van voldoening bleef vooralsnog uit.

Ik draaide me om op het pad en voor ik er erg in had, had ik een piemel op de grond getekend. Tja, dacht ik toen ik hem af had, ’t is weer eens wat anders dan een hartje of een vlinder. Ik maakte er een foto van en stuurde die naar mijn lief, zo ben ik dan ook wel weer.

Uren later was de piemel verdwenen, weggepoetst met de hogedrukspuit, en waren de tegels achter huis soort van schoon. Er liepen zweetdruppels over mijn rug en de verveling was enorm.

Toen ontdekte ik dat mijn werk er nog lang niet op zat. Ook daalde het besefte in dat er zéker geen tijd over zou blijven om op de motor te stappen. Eén blik op de ramen zei namelijk meer dan genoeg: de modder was tijdens het spuiten metershoog opgespat.

Zuchtend zocht ik de spons en maakte ik een sopje. Ramen lappen is minstens zo’n vervelend klusje als hogedrukreinigen. Toch glimlachte ik even op het moment dat ik de druipende spons uit de emmer haalde. Misschien verschijnt er straks ook een piemel op het raam, dacht ik. Het zou de eerste keer zijn.

Geef een reactie